zondag 13 februari 2011
VAN dieren leren
Deze pagina is gereserveerd voor het toekomstige blogstuk over de vraag wat mensen van dieren kunnen leren. Twee andere stukken zijn verschenen onder de titels De ware fluisteraar en Wees woest.
De ware fluisteraar
Deel I van een trilogie over dierentrainers
Een hond is onhandelbaar. De eigenaar ziet in dat hij eerst zelf moet veranderen, voordat de hond dat definitief kan doen. Dat is meestal het patroon van tv-programma Dog whisperer op National Geographic. Het lijkt heel voorspelbaar, zeker als de uitzendingen ook nog eens permanent worden herhaald, maar ik kan het toch niet nalaten ernaar te blijven kijken. Elke keer weer zet Cesar Millan in een enorm tempo de eerste stappen vooruit en steeds ben ik verrast door wat de eigenaar leert. Soms kost het drie kwartier om de hond zover te krijgen, soms blijkt na drie maanden dat het resultaat nog maar heel beperkt is. Toch is het altijd weer fascinerend om te zien dat de hond het veel eerder begrijpt dan de eigenaar.
“Millan maakt honden bang, de halsbanden waar hij mee werkt doen pijn en hij voert een show op.” Dat zei hondenkenner Martin Gaus onlangs bij Pauw & Witteman. Deze en andere uitlatingen die hij debiteerde, verbaasden mij zeer, want ik zie als vaste kijker heel andere dingen. Het was de aanleiding een begin te maken met de beantwoording van drie vragen waarop ik broed:
De laatste vraag zal ik in dit blogstuk behandelen. Laten we hopen dat aan het eind de ware fluisteraar kan opstaan.
Onzekerheid
Volgens Millan hebben honden lichaamsbeweging, discipline en affectie nodig, in deze volgorde. Dat betekent: wandelen, grenzen stellen en daarna pas het geven van aandacht. Volgens hem heeft iedere hond een goede roedelleider nodig en die rol vervullen mensen vaak niet op een goede manier, onder meer doordat ze onzeker zijn en die onzekerheid ook kunnen afreageren. Millan interpreteert en corrigeert het gedrag van honden met een verbluffende snelheid en de geluiden die hij maakt hebben soms iets weg van fluisteren.
In een van zijn vertrekken staat een standbeeld van Boeddha. Maar hij gelooft niet helemaal in de kracht van zachtmoedigheid, want toen een van zijn gasten zei Mahatma Gandhi een goede leider te vinden, antwoordde Millan ‘die is veel te soft voor de hondenwereld’. Ik denk dat Gandhi wel zachtmoedig was, maar zeker niet soft, ook al heeft hij dat imago. Hondentrainer Paul Owens is het daar blijkbaar mee eens, want die schijnt Gandhi te citeren. Owens wordt ook al hondenfluisteraar genoemd (misschien gebeurde dat al eerder dan bij Millan) en hij heeft inderdaad een zachtmoedig uiterlijk. Het eerste wat mij opviel aan zijn werkwijze is dat hij veel met voedsel werkt als aandachttrekker en beloning. Owens zegt dat als je dit op de goede manier doet, het niet zal werken als omkoping en het effect dus blijvend is. Als Gandhi nog geleefd had, zou ik graag weten wat hij daarvan vindt, maar het is hoe dan ook een opvallend verschil met Millan. Die gebruikt hooguit in twintig procent van de gevallen een enkel stukje kaas of een paar brokjes.
Pijn doen
En de allereerste dierenfluisteraar was natuurlijk Monty Roberts die met paarden werkt en zelfs een paardentaal heeft ontwikkeld, vooral bestaande uit gebaren. Hij zegt dat hij daarmee bijna ieder paard in minder dan een half uur zadelmak krijgt. In zijn boeken beschrijft hij hoe hij het vertrouwen van paarden wint en hoe zinloos het is om dieren te dwingen omdat ze van nature al heel loyaal zijn. Een jockey die zijn zweep niet gebruikt, heeft volgens hem meer kans een race te winnen dan een jockey die dat wel doet. Hij heeft zeer hooggeplaatste klanten, waaronder de Britse koningin en grote bedrijven met een probleem op het vlak van organisatiecultuur. In zijn boek Paarden – wijze lessen voor de mens, gebruikt hij nadrukkelijk het woord geweldloos. Zo stelt hij dat geen enkel wezen het recht heeft om tegen een ander wezen (dier of mens) te zeggen ‘doe wat ik zeg, anders doe ik je pijn’.
Roberts vertelt in zijn boek ook over de evenementen die hij op zijn ranch verzorgt voor individuele bezoekers en groepen. Op een dag kwam het voltallige personeel van een bedrijf langs om te zien hoe hij een paard zou zadelen. De organisator van het uitje had hem opgedragen nog even te wachten want de drie directeuren stonden nog buiten te praten. Maar dat duurde steeds langer, Roberts kreeg de indruk dat de drie gewend waren dat iedereen altijd op ze wachtte en besloot gewoon te beginnen. Toen hij uit zijn ooghoeken had gezien dat de verbaasde directeuren in alle stilte hadden plaatsgenomen op de tribune, spitste hij zijn verhaal toe op de omgangsvormen met een paard, als metafoor voor samenwerking op de werkvloer en onderling respect. Na afloop kwam het drietal enigszins beschaamd naar hem toe om te vertellen dat ze veel hadden geleerd.
Toen over Roberts een film was gemaakt met Robert Redford in de hoofdrol, kwam de term fluisteraar in opkomst. Om het nog ingewikkelder te maken voert Cesar Millan in een van zijn uitzendingen weer een andere paardenfluisteraar op: Pat Parelli (zie de links onderaan dit artikel) .
Forum
Als ik kijk naar het forum bij Pauw & Witteman, waar de reactie die ik direct na de uitzending met Gaus gaf overigens niet meer te zien is, dan is met name het punt van de corrigerende methodes essentieel. Millan gebruikt zowel straf als beloning voor correcties en Gaus vindt dat negatief gedrag het beste genegeerd kan worden. Toch vraag ik me af of dat altijd opgaat, we kennen allemaal het echec in de jaren zestig van de zogenaamd ‘vrije opvoeding’ van kinderen. Bovendien denk ik dat een corrigerende ingreep op negatief gedrag zorgt voor aandacht en je kunt alleen maar effect bereiken met een beloning als je aandacht van de hond krijgt. En het enige alternatief voor het trekken van aandacht is vooralsnog: werken met voedsel, waarvan maar de vraag is of het ethisch meer verantwoord is dan straffen. Verder is (mij) onbekend welke aanpak het meest effectief is.
Ik vind het jammer Gaus door gebruik van het woord aversief (walgelijk) een sfeer schept, zonder in te gaan op het effect en zonder te vertellen in hoeverre de methodes van Millan vergelijkbaar zijn met de manier waarop honden elkaar van nature corrigeren. Ik kan me in elk geval niet voorstellen dat het geven van een hondenbrokje als beloning een natuurlijke gedraging is. Daarom zou ik het genereus vinden als Gaus voortaan een term zou gebruiken die minder oordelend en meer inhoudelijk is. Zonder dat ik echt thuis ben in de terminologie van hondentrainers, wil ik wel een poging doen een alternatief te geven. Ik denk dan aan: correctief.
Zachte dokters
In elk geval zijn de methodes van Millan volgens mij niet gewelddadig. Het is geen mishandeling om een hond de trap op te trekken als je hem daarmee helpt zijn angst te overwinnen. Voor mij is dat vergelijkbaar met het zetten van een arm bij mensen of het toedienen van jodium. Daarvoor hebben we een spreekwoord: ‘zachte dokters maken stinkende wonden’. En het is ook niet verkeerd om een hond met je hak aan te raken of op zijn zij te leggen, als dat ertoe leidt dat hij zijn onrust kwijtraakt. Suggesties dat hij honden ‘schopt’ en langdurig ‘op de grond gedrukt’ houdt zijn onwaar, voor zover ik heb kunnen nagaan. Bovendien behandelt Millan geen gewone honden, maar vooral 'zware gevallen' en het is logisch dat deze een iets andere benadering vragen.
Dan is er nog een kritiekpunt dat Gaus niet gebruikte, maar dat ik wel eens gehoord heb. Millan zou gebruik maken van verouderde inzichten als hij de roedel centraal stelt: recent onderzoek zou hebben aangetoond dat socialisering bij honden plaatsvindt in gezinsverband. Ik weet niet in hoeverre dat waar is, ik vraag me vooral af of dit niet een kwestie is van terminologie. Ik denk dat honden net als mensen hun hele leven lang kunnen leren van soortgenoten, ook al is hun opvoeding achter de rug en zijn ze hun gezin al lang ontgroeid.
Checklist
Dan de vraag: hoe weet je of een deskundige echt deskundig is en geen charlatan die alleen maar belooft om een gedragsprobleem van een huisdier te kunnen oplossen? Zelf heb ik geen huisdier - afgaande op mijn logica kom ik tot een checklist. De ideale expert voldoet aan de volgende criteria:
De ware
Wie is nu de ware fluisteraar? Die kennen we misschien niet eens. Hij of zij fluistert ongestoord verder, zoals een echte held in stilte zijn daden verricht. Er zal trouwens niet één ware fluisteraar zijn, iemand die pretendeert als enige de absolute waarheid te kennen, roept bij mij alleen maar vragen op. Meerdere deskundigen zullen vanuit hun kracht op adequate manier kunnen opereren in verschillende situaties.
Duidelijk is voor mij dat de waarheid eerder gefluisterd dan geroepen wordt en zich helemaal niet laat commanderen. Al kan een schreeuw soms wel een heel authentieke vorm van expressie zijn. Net als een blaf, een krijs of een kras, een brul, een brom of een grom, een piep, een zang, een loei, een lach, een miauw, een bries, een kir, een sis, een huil of een snater (met dank aan Wikipedia).
Links over hondentrainingen
Links over paardentrainingen
Twee Amerikaanse paardentrainers zijn vermeldenswaard
Nederland
Een hond is onhandelbaar. De eigenaar ziet in dat hij eerst zelf moet veranderen, voordat de hond dat definitief kan doen. Dat is meestal het patroon van tv-programma Dog whisperer op National Geographic. Het lijkt heel voorspelbaar, zeker als de uitzendingen ook nog eens permanent worden herhaald, maar ik kan het toch niet nalaten ernaar te blijven kijken. Elke keer weer zet Cesar Millan in een enorm tempo de eerste stappen vooruit en steeds ben ik verrast door wat de eigenaar leert. Soms kost het drie kwartier om de hond zover te krijgen, soms blijkt na drie maanden dat het resultaat nog maar heel beperkt is. Toch is het altijd weer fascinerend om te zien dat de hond het veel eerder begrijpt dan de eigenaar.
“Millan maakt honden bang, de halsbanden waar hij mee werkt doen pijn en hij voert een show op.” Dat zei hondenkenner Martin Gaus onlangs bij Pauw & Witteman. Deze en andere uitlatingen die hij debiteerde, verbaasden mij zeer, want ik zie als vaste kijker heel andere dingen. Het was de aanleiding een begin te maken met de beantwoording van drie vragen waarop ik broed:
- waar komt de weerstand vandaan die Millan oproept? (niet alleen bij Gaus)
- wat kunnen mensen van dieren leren? (in plaats van omgekeerd)
- hoe weet je of experts die zeggen dat ze kunnen vertellen hoe je met honden of andere dieren moet omgaan echt deskundig zijn?
De laatste vraag zal ik in dit blogstuk behandelen. Laten we hopen dat aan het eind de ware fluisteraar kan opstaan.
Onzekerheid
Volgens Millan hebben honden lichaamsbeweging, discipline en affectie nodig, in deze volgorde. Dat betekent: wandelen, grenzen stellen en daarna pas het geven van aandacht. Volgens hem heeft iedere hond een goede roedelleider nodig en die rol vervullen mensen vaak niet op een goede manier, onder meer doordat ze onzeker zijn en die onzekerheid ook kunnen afreageren. Millan interpreteert en corrigeert het gedrag van honden met een verbluffende snelheid en de geluiden die hij maakt hebben soms iets weg van fluisteren.
In een van zijn vertrekken staat een standbeeld van Boeddha. Maar hij gelooft niet helemaal in de kracht van zachtmoedigheid, want toen een van zijn gasten zei Mahatma Gandhi een goede leider te vinden, antwoordde Millan ‘die is veel te soft voor de hondenwereld’. Ik denk dat Gandhi wel zachtmoedig was, maar zeker niet soft, ook al heeft hij dat imago. Hondentrainer Paul Owens is het daar blijkbaar mee eens, want die schijnt Gandhi te citeren. Owens wordt ook al hondenfluisteraar genoemd (misschien gebeurde dat al eerder dan bij Millan) en hij heeft inderdaad een zachtmoedig uiterlijk. Het eerste wat mij opviel aan zijn werkwijze is dat hij veel met voedsel werkt als aandachttrekker en beloning. Owens zegt dat als je dit op de goede manier doet, het niet zal werken als omkoping en het effect dus blijvend is. Als Gandhi nog geleefd had, zou ik graag weten wat hij daarvan vindt, maar het is hoe dan ook een opvallend verschil met Millan. Die gebruikt hooguit in twintig procent van de gevallen een enkel stukje kaas of een paar brokjes.
Pijn doen
En de allereerste dierenfluisteraar was natuurlijk Monty Roberts die met paarden werkt en zelfs een paardentaal heeft ontwikkeld, vooral bestaande uit gebaren. Hij zegt dat hij daarmee bijna ieder paard in minder dan een half uur zadelmak krijgt. In zijn boeken beschrijft hij hoe hij het vertrouwen van paarden wint en hoe zinloos het is om dieren te dwingen omdat ze van nature al heel loyaal zijn. Een jockey die zijn zweep niet gebruikt, heeft volgens hem meer kans een race te winnen dan een jockey die dat wel doet. Hij heeft zeer hooggeplaatste klanten, waaronder de Britse koningin en grote bedrijven met een probleem op het vlak van organisatiecultuur. In zijn boek Paarden – wijze lessen voor de mens, gebruikt hij nadrukkelijk het woord geweldloos. Zo stelt hij dat geen enkel wezen het recht heeft om tegen een ander wezen (dier of mens) te zeggen ‘doe wat ik zeg, anders doe ik je pijn’.
Roberts vertelt in zijn boek ook over de evenementen die hij op zijn ranch verzorgt voor individuele bezoekers en groepen. Op een dag kwam het voltallige personeel van een bedrijf langs om te zien hoe hij een paard zou zadelen. De organisator van het uitje had hem opgedragen nog even te wachten want de drie directeuren stonden nog buiten te praten. Maar dat duurde steeds langer, Roberts kreeg de indruk dat de drie gewend waren dat iedereen altijd op ze wachtte en besloot gewoon te beginnen. Toen hij uit zijn ooghoeken had gezien dat de verbaasde directeuren in alle stilte hadden plaatsgenomen op de tribune, spitste hij zijn verhaal toe op de omgangsvormen met een paard, als metafoor voor samenwerking op de werkvloer en onderling respect. Na afloop kwam het drietal enigszins beschaamd naar hem toe om te vertellen dat ze veel hadden geleerd.
Toen over Roberts een film was gemaakt met Robert Redford in de hoofdrol, kwam de term fluisteraar in opkomst. Om het nog ingewikkelder te maken voert Cesar Millan in een van zijn uitzendingen weer een andere paardenfluisteraar op: Pat Parelli (zie de links onderaan dit artikel) .
Forum
Als ik kijk naar het forum bij Pauw & Witteman, waar de reactie die ik direct na de uitzending met Gaus gaf overigens niet meer te zien is, dan is met name het punt van de corrigerende methodes essentieel. Millan gebruikt zowel straf als beloning voor correcties en Gaus vindt dat negatief gedrag het beste genegeerd kan worden. Toch vraag ik me af of dat altijd opgaat, we kennen allemaal het echec in de jaren zestig van de zogenaamd ‘vrije opvoeding’ van kinderen. Bovendien denk ik dat een corrigerende ingreep op negatief gedrag zorgt voor aandacht en je kunt alleen maar effect bereiken met een beloning als je aandacht van de hond krijgt. En het enige alternatief voor het trekken van aandacht is vooralsnog: werken met voedsel, waarvan maar de vraag is of het ethisch meer verantwoord is dan straffen. Verder is (mij) onbekend welke aanpak het meest effectief is.
Ik vind het jammer Gaus door gebruik van het woord aversief (walgelijk) een sfeer schept, zonder in te gaan op het effect en zonder te vertellen in hoeverre de methodes van Millan vergelijkbaar zijn met de manier waarop honden elkaar van nature corrigeren. Ik kan me in elk geval niet voorstellen dat het geven van een hondenbrokje als beloning een natuurlijke gedraging is. Daarom zou ik het genereus vinden als Gaus voortaan een term zou gebruiken die minder oordelend en meer inhoudelijk is. Zonder dat ik echt thuis ben in de terminologie van hondentrainers, wil ik wel een poging doen een alternatief te geven. Ik denk dan aan: correctief.
Zachte dokters
In elk geval zijn de methodes van Millan volgens mij niet gewelddadig. Het is geen mishandeling om een hond de trap op te trekken als je hem daarmee helpt zijn angst te overwinnen. Voor mij is dat vergelijkbaar met het zetten van een arm bij mensen of het toedienen van jodium. Daarvoor hebben we een spreekwoord: ‘zachte dokters maken stinkende wonden’. En het is ook niet verkeerd om een hond met je hak aan te raken of op zijn zij te leggen, als dat ertoe leidt dat hij zijn onrust kwijtraakt. Suggesties dat hij honden ‘schopt’ en langdurig ‘op de grond gedrukt’ houdt zijn onwaar, voor zover ik heb kunnen nagaan. Bovendien behandelt Millan geen gewone honden, maar vooral 'zware gevallen' en het is logisch dat deze een iets andere benadering vragen.
Dan is er nog een kritiekpunt dat Gaus niet gebruikte, maar dat ik wel eens gehoord heb. Millan zou gebruik maken van verouderde inzichten als hij de roedel centraal stelt: recent onderzoek zou hebben aangetoond dat socialisering bij honden plaatsvindt in gezinsverband. Ik weet niet in hoeverre dat waar is, ik vraag me vooral af of dit niet een kwestie is van terminologie. Ik denk dat honden net als mensen hun hele leven lang kunnen leren van soortgenoten, ook al is hun opvoeding achter de rug en zijn ze hun gezin al lang ontgroeid.
Checklist
Dan de vraag: hoe weet je of een deskundige echt deskundig is en geen charlatan die alleen maar belooft om een gedragsprobleem van een huisdier te kunnen oplossen? Zelf heb ik geen huisdier - afgaande op mijn logica kom ik tot een checklist. De ideale expert voldoet aan de volgende criteria:
- heeft kennis over de diersoort, het ras en het gedragsprobleem
- gebruikt methodes die de eigenaar aanspreken, bijvoorbeeld holistische principes, clickertraining (of juist niet)
- geeft een heldere en logische uitleg over de aanpak met antwoorden die ook op internet geverifieerd kunnen worden
- is gevestigd binnen een redelijke afstand
- komt afspraken na
- beschikt over referenties, bijvoorbeeld uitspraken van klanten op de website (testimonials)
- gebruikt hulpmiddelen (zoals een riem, een bal)
- is ook in staat om met een minimum aan hulpmiddelen te werken, zodat een hond bijvoorbeeld leert te doen wat gevraagd wordt, zonder aan de riem te zitten
- geeft de eigenaar tips waarvan de inhoud begrijpelijk, concreet, uitvoerbaar en effectief is
- deze tips mogen onwennig en misschien confronterend zijn voor de eigenaar, ze moeten wel goed voelen: aansluiten op de praktijk, met tact gegeven worden en ingaan op de specifieke situatie.
De ware
Wie is nu de ware fluisteraar? Die kennen we misschien niet eens. Hij of zij fluistert ongestoord verder, zoals een echte held in stilte zijn daden verricht. Er zal trouwens niet één ware fluisteraar zijn, iemand die pretendeert als enige de absolute waarheid te kennen, roept bij mij alleen maar vragen op. Meerdere deskundigen zullen vanuit hun kracht op adequate manier kunnen opereren in verschillende situaties.
Duidelijk is voor mij dat de waarheid eerder gefluisterd dan geroepen wordt en zich helemaal niet laat commanderen. Al kan een schreeuw soms wel een heel authentieke vorm van expressie zijn. Net als een blaf, een krijs of een kras, een brul, een brom of een grom, een piep, een zang, een loei, een lach, een miauw, een bries, een kir, een sis, een huil of een snater (met dank aan Wikipedia).
Links over hondentrainingen
- verdere tips voor het vinden van een hondentrainer staan op Dogweb.nl. Daar staan ook adressen, net als op Hondenschool.in.
- de website van Cesar Millan en de site van het tv-programma Dog whisperer (teksten in het Nederlands, videofragmenten niet ondertiteld). Twee van zijn boeken zijn inmiddels vertaald: Cesars aanpak en Leider van het roedel. De dvd’s zijn nog niet vertaald, wel in Nederland verkrijgbaar bij Mediaboek en bij bol.com (alleen boeken).
- Greet Abbink vertegenwoordigt Millan in Nederland
- de website van Martin Gaus en de discussie na zijn optreden op het forum van Pauw & Witteman. De website van Tros Radar meldt dat Gaus kritische uitlatingen over hem op internet bestrijdt door te dreigen met juridische stappen
- op het forum Hondenpage wordt de methode van Millan verouderd genoemd
- de website Beyond Cesar Millan noemt zijn methode achterhaald en gewelddadig
- de website van Paul Owens, wiens dvd’s wel vertaald zijn en verkrijgbaar bij onder meer bol.com
- de Amerikaanse hondentrainer Ian Dunbar reageert op een nieuw boek van Millan.
- boek Het gedrag en de lichaamstaal van uw hond beter begrijpen door Heidi Rogner
- boek Kalmerende signalen door Turid Rugaas
- boek Uw hond opvoeden zonder training door Erik Sannen
- trainingsdiscs (geen cd's of dvd's, maar metalen schijven, te vergelijken met clicker) geproduceerd door Mikki
- bureau Hondenspiegel in Doorn waarover ik het blogstuk schreef Wees woest.
Links over paardentrainingen
Twee Amerikaanse paardentrainers zijn vermeldenswaard
- een Nederlandstalige pagina over Mark Rashid die onder meer werkt met de geweldloze principes van aikido
- Monty Roberts schreef onder meer het boek Paarden - wijze lessen voor de mens en hij werd bekend van de film The horse whisperer.
Nederland
- een paardentrainer die werkt met de inzichten van Monty Roberts is Annemarie van der Toorn
- de website van Horsense
- Nederlandse trainers die de methode Pat Parelli gebruiken
- een meer traditionele manier om een paard zadelmak te maken in dit filmpje over Phoebe.
vrijdag 12 november 2010
Helemaal dood en bijna levend
Over: duizend onnodige doden
Als ziekenhuizen een checklist volgen, scheelt dat duizend doden per jaar. Zo meldt dagblad Tubantia. Ik ben erg benieuwd hoe deze conclusie van een onderzoek naar sterfgevallen rond een operatie, wordt ervaren door verschillende betrokkenen.
Het gaat om patiënten die aan complicaties zijn overleden. Ik denk dat het woord onnodig hieraan mag worden toegevoegd. Hoe zou het zijn om kennis van te nemen van deze conclusie …
- voor chirurgen die dergelijke operaties hebben uitgevoerd?
- voor anesthesisten?
- voor andere leden van operatieteams?
- voor verplegers die moesten toezien hoe een complicatie uit de hand liep?
- voor ambulancerijders die uit alle macht hebben geprobeerd iemand die is verongelukt of onwel geworden op de operatietafel te krijgen?
- voor managers in ziekenhuizen die moeten beslissen over het invoeren van de checklist en over de vraag op welke termijn dat mogelijk is?
- voor medewerkers van ziekenhuizen die patiënten bij hun operatie begeleiden en die hier nu vragen over krijgen?
- voor patiënten die hebben meegemaakt dat een kamergenoot overlijdt?
- voor mensen die op een wachtlijst staan voor een operatie en die hopen dat ze snel aan de beurt zijn (of toch niet)?
- en voor de belangrijkste groep: nabestaanden?
Zorg(vuldig)
Ik kan alleen maar zeggen hoe dit voelt voor mij. Iemand die ooit, in de jaren zeventig, een keer is
geopereerd aan een liesbreuk. Ik kan dit niet bevatten: een gewone checklist, die bijna geen extra tijd kost, halveert de kans op overlijden na een operatie. Het enige wat in me opkomt is de bovenstaande vraag en nog een paar andere:
geopereerd aan een liesbreuk. Ik kan dit niet bevatten: een gewone checklist, die bijna geen extra tijd kost, halveert de kans op overlijden na een operatie. Het enige wat in me opkomt is de bovenstaande vraag en nog een paar andere:
- gaan degenen die een operatie wel goed hebben doorstaan nu peinzen of het ook anders had kunnen aflopen? En hoe voelen ze zich? (ik denk even aan medewerkers die na een reorganisatie mogen blijven, ze voelen zich vaak schuldig ten opzichte van degenen die zijn ontslagen)
- kunnen hulpverleners en advocaten iets doen voor de nabestaanden?
- helpt dat?
- hoeveel andere simpele maatregelen dan een checklist, zijn er nog mogelijk om de kans op een fatale afloop te verkleinen?
- hoe beoordeel ik of een ziekenhuis waarin ik beland (of een dierbare) zorg ... vuldig is?
Behalve in het AMC wordt de checklist gehanteerd door maar vijf ziekenhuizen: Amphia in Breda, Jeroen Bosch in Den Bosch, Rijnland in Leiderdorp, het AZM in Maastricht en het OLVG in Amsterdam. Een onbekend aantal andere ziekenhuizen heeft “belangstelling getoond”.
Vreemd is trouwens dat Tubantia verschillende aantallen noemt: 1.000, 3.500 en 2.000. Ook het Algemeen Dagblad strooit met strijdige cijfers. In de tweede alinea staat dat 1 op de 150 mensen overlijdt rond een operatie, terwijl aan het eind staat dat een aantal van 1,5 procent normaal is.
Zorgvuldigheid van de pers is een ander fenomeen. Laten we het even houden op duizend. Stel je voor: iemand heeft een helemaal-doodevaring. En dat gebeurt jaarlijks duizend maal. Terwijl ze bijna waren blijven leven.
donderdag 15 juli 2010
Het bleef zó rustig in de stad ...
Over: focus in de WK-finale
Het was falen in de finale tussen Spanje en Oranje. Paul de inktvis en voetbalgoeroe Johan Cruyff hebben dus gelijk gekregen met hun voorspelling over het WK voetbal. Was die misschien zelfvervullend, zijn de Nederlanders erdoor uit balans gebracht, of waren er andere oorzaken voor het verlies? Hierbij mijn analyse, uitmondend in een voorspelling van de nationaliteit van de prins-gemaal die over tig jaar koningin Amalia terzijde staat.
Het was falen in de finale tussen Spanje en Oranje. Paul de inktvis en voetbalgoeroe Johan Cruyff hebben dus gelijk gekregen met hun voorspelling over het WK voetbal. Was die misschien zelfvervullend, zijn de Nederlanders erdoor uit balans gebracht, of waren er andere oorzaken voor het verlies? Hierbij mijn analyse, uitmondend in een voorspelling van de nationaliteit van de prins-gemaal die over tig jaar koningin Amalia terzijde staat.
Focus
Tijdens de wedstrijd fietste ik naar huis. De oranjekoorts die al een maand heerste, was toen al over. Door de spanning van de finale was het eigenlijk heel erg rustig in de stad. En dat bleef zo, anders dan bij eerdere wedstrijden. Onderweg realiseerde ik me weer dat ik de kansen bij een sportwedstrijd altijd inschat op basis van de uitstraling van de spelers. Kernbegrip daarbij is focus: een staat van mentale alertheid die zowel hard als zacht is. Focus is voor mij volhardend en tegelijk soepel, creatief en onvermoeibaar positief. Volgens het AD was focus het toverwoord in de werkwijze van bondscoach Van Marwijk en dat gaf mij veel vertrouwen in een goede afloop. Ik zag ook veel focus in de uitstraling van spelers tijdens interviews op tv.
Thuisgekomen merkte ik dat ik het erg moeilijk vond om te kijken. Ik zag geen enkel spoor van focus in het spel van mijn landgenoten. Iedere spelminuut was er onnodig balverlies, beide teams speelden heel krampachtig, Spanje helaas iets minder dan Nederland. Het elftal gedroeg zich als beginnelingen, terwijl dit land al twee keer eerder in de finale stond. De ervaring die toen werd opgedaan is toch simpel aan te boren door wat spelers van toen te raadplegen?
Geen Braafheid
Over de spelstijl is al veel gezegd, vooral door buitenlandse commentatoren. Met een eufemisme kun je zeggen dat de naam van Edson Braafheid een beetje werd gemist. Of anders dat de Nederlandse spelers de kleuren van de Spaanse vlag (rood en geel) iets te vaak hebben opgeroepen in de besluiten van de scheidsrechter. Ik had het gevoel dat Oranje er geen vertrouwen in had en probeerde dit met grove overtredingen te verbergen.
Ik heb nog niemand horen uitleggen waarom eigenlijk voor die speelstijl werd gekozen. Wel kwamen de spelers na afloop met ander commentaar:
- “we hadden getraind op strafschoppen … wat jammer dat we daar niet aan toe kwamen”
- “schande dat de scheidsrechter een overtreding tegen mij niet heeft bestraft”
- “we hadden tot nu toe elke wedstrijd geluk, dat had weer moeten gebeuren”.
Geen reflectie
Het verbijstert mij als er zulke opmerkingen worden gemaakt, zonder enige reflectie op de kwaliteit van het spel. Ik neem aan dat op een goed moment de spelers elkaar hierop zullen aanspreken, ik kan alleen maar constateren dat na de halve finale de focus had plaatsgemaakt voor angst en dat het niet was gelukt hier een effectieve oplossing voor te vinden.
Hoe zou dat gekomen zijn? Ik ben niet zo heel erg thuis in de voetbalwereld, maar ik heb een sterk vermoeden dat gaandeweg onder de toenemende druk de focus verloren ging. De onbevangen gedrevenheid die daarbij hoort, raakte geblokkeerd door een repeterende vraag ‘ALS we maar niet FALEN in de FINALE …!’ Dit ontaardde in pogingen elkaar met loze peptalk moed in te praten. Maar uitlatingen als ‘we zijn het langst ongeslagen van alle deelnemende ploegen’, roepen natuurlijk alleen maar twijfel op: ‘hoelang kan dat nog doorgaan?’.
Koningskoppel
Dat doet me denken aan het WK van 1974 toen ik na een imponerende zegereeks, tijdens de finale plotseling een merkwaardige mengeling ontwaarde bij de Oranjespelers: onmacht en zelfvoldaanheid. Naar mijn overtuiging was het deze tweespalt die commentator Herman Kuiphof, toen Duitsland op voorsprong was gekomen, de uitroep ontlokte ‘zijn we d’r toch weer ingetuind’.
Afgezien van alle Oranjeklanten op het veld, zaten er nog twee op de tribune: Willem-Alexander en Máxima. Grappig eigenlijk dat tijdens de finale van 1974 de toenmalige kroonprinses Beatrix een partner had met de Duitse nationaliteit, het land van de tegenstander. Toen zij het koningskoppel vormden, trof hun oudste zoon als kroonprins, een partner in Argentinië, het land waartegen we speelden in 1978. Het ziet er nu dus naar uit dat hun dochter Amalia een Spaanse partner zal kiezen. Maar het kan natuurlijk zijn, dat inktvis Paul daar heel anders over denkt.
Links naar voetbalcommentaar
Andere interpretaties:
- Gyuri Vergouw schreef op Managementsite (gratis registratie) een doorwrocht stuk met een heel andere conclusie: ‘door een paar kleinere fouten is het net niet gelukt’
- het tv-programma Netwerk van 13 juli toont de Britse auteur David Winner die het ruwe spel van Oranje betrekt op de angst die hij ervaart in onze samenleving, met alle symptomen van dien, zoals de opkomst van de PVV.
woensdag 31 maart 2010
Moet dat nou – als bijna iedereen wil?
Fluitend op weg naar nieuwe samenleving
Yes – we should, luidt de kop van een blog van publicist Joop Hazenberg op de website Bright.nl. Het stuk gaat over de noodzaak van maatschappijverandering en de instrumenten daarvoor die de jongeren van vandaag in handen hebben. Wat mij betreft een heel sympathiek stuk waarop ik graag reflecteer.
Herkenbaar
Wat ik herken in dit artikel over de zogenaamde 'netwerkgeneratie', is onder meer:
Raffinement
Ik zie overeenkomsten tussen zijn betoog en die van Irene van Lippe (prinses), Adjiedj Bakas (trendwatcher), Rini Biemans (Antenne Rotterdam) en vele artikelen in het blad Ode. Het pleidooi voor herijking van de rol van de overheid (meer creatief, daadkrachtig en faciliterend) stond twintig jaar geleden bekend als de roep om ‘sociale vernieuwing’, die uiteindelijk ook door toenmalig premier Lubbers in zijn laatste kabinet werd omarmd. Uiteindelijk kwam er weinig van terecht omdat de gevestigde belangen de touwtjes toch in handen bleven houden. Nu kan het anders zijn omdat de netwerkgeneratie, niet meer van plan is de idealen zo maar over boord te zetten. Anderzijds is het raffinement en de brutaliteit van de gevestigde belangen ook vergroot, dus wie niet sterk is moet slim zijn …
Sterk staan
In de eerste plaats is de netwerkgeneratie inderdaad slimmer dan bijvoorbeeld de idealisten uit de jaren zestig (die dachten dat ze met het houden van obligate demonstraties de publieke opinie zouden veranderen). En ze staan nog sterk ook, door hun grote aantal, door de hedendaags communicatiemiddelen die zorgen dat ze elkaar snel kunnen vinden en door de overtuiging dat de nood van de samenleving hoger is dan ooit.
Hoe sterk ze staan blijkt nu of in de nabije toekomst op verschillende onderdelen van het economisch leven, een front waar belangrijke verandering vaak ingezet worden doordat pioniers een financieel voordeel kunnen halen dat navolging vindt.
Dit kan bijvoorbeeld gebeuren ...
Instinct
Die weerstand lijkt economisch van aard. Het zijn inderdaad vaak economische belangen die langdurig dwars kunnen liggen, maar ze gaan ook (zoals ik hierboven schreef) als eerste overstag. Wat mij betreft is de kern van de weerstand vooral psychologisch. In de menselijke hersenen geldt verandering als een bedreiging en een niet acute bedreiging is een fenomeen dat zo lang mogelijk ontkend wordt. Dat heeft allemaal te maken met vechten versus vluchten, met eten of gegeten worden en allerlei andere instinctieve neigingen die niet meer functioneel zijn, maar die nog wel in ons gedrag zitten gebakken.
Transparantie
Ik zou dus de oproep van Hazenberg graag willen ondersteunen, maar liever niet onder het motto Yes, we should. Ik was opgelucht toen ik deze titel las, want ik hoorde hem eerst en dacht toen aan Yes, we shoot. Ik begreep dat niet want ik zou die kreet eerder associëren met de republikeinse beweging in de VS die foto’s van democratische politici verspreidt met het vizier van een geweer op hun gezicht getekend. Dit is een misverstand dat ook bij anderen kan ontstaan. Daarnaast heeft het woord should voor mij een moralistische lading, iets met veel impliciete normen en waarden, wat volgens mij in strijd zou zijn met de transparantie die de netwerkgeneratie nastreeft. Bovendien zegt should meer over de intentie dan over het gewenste resultaat en daar gaat het uiteindelijk om.
Vrolijk
Tot slot heeft should voor mij ook iets verplichtends, de neiging om jezelf of een ander iets op te leggen. Dat is niet verstandig want het roept weerstand op en dat hoeft helemaal niet als je schetst wat het alternatief is. Wanneer duidelijk wordt dat doorgaan op de oude weg eigenlijk alleen maar onheil oplevert voor onze generatie, dus nog veel meer voor het nageslacht, dan is de keus snel gemaakt. Weldenkende mensen die bewust leven, zijn vrolijk bezig een nieuwe samenleving vorm te geven.
Tips
Als vijftiger behoor ik niet tot de netwerkgeneratie, dus ik bewaar een gepaste afstand en geef een paar ongevraagde adviezen:
Links
Adjiedj Bakas, trendwatcher
Antenne Rotterdam, creatief buurtbeheer
Prospect, denktank van Joop Hazenberg
sociocratie, besluitvormingsmodel voor draagvlak
Yes – we should, luidt de kop van een blog van publicist Joop Hazenberg op de website Bright.nl. Het stuk gaat over de noodzaak van maatschappijverandering en de instrumenten daarvoor die de jongeren van vandaag in handen hebben. Wat mij betreft een heel sympathiek stuk waarop ik graag reflecteer.
Herkenbaar
Wat ik herken in dit artikel over de zogenaamde 'netwerkgeneratie', is onder meer:
- de politiek is met zichzelf bezig
- de ambtenarij mijdt risico’s
- de pers jaagt op incidenten.
- de roep om een daadkrachtige, faciliterende en flexibele overheid die zich onthoudt van betutteling
- de samenleving wordt complexer en de burger steeds mondiger
- de netwerkgeneratie is in staat de samenleving een nieuwe weg te doen inslaan, zoals is gebleken bij de rol die zij gespeeld hebben bij de verkiezing van Obama tot president van de VS.
- de aftakeling op het Binnenhof is volgens mij niet een ontwikkeling van de laatste jaren, ik denk dat die al vele tientallen jaren heeft geduurd en dat juist de revolte van Pim Fortuyn, acht jaar geleden, heeft geleid tot bezinning en volwassenheid. Ik heb niet op hem gestemd, maar zag wel met genoegen wat hij teweeg bracht. Zo zijn politieke bestuurders veel meer dan voorheen bereid targets te stellen en daarop te worden afgerekend. Dat gaat met horten en stoten, maar het is wel een verandering in de politieke cultuur waarvan de snelheid mij zeer heeft verbaasd
- ik zie ook dat parlementair journalisten minder angstig zijn hun relatie met een bewindspersoon op het spel te zetten
- het rookverbod vind ik een ongelukkig voorbeeld van de mondigheid van burgers, dit soort protestbewegingen zijn er altijd al geweest (ook voor WO II al), het is veel meer een voorbeeld van een overheid die slordige regelgeving produceert en die vervolgens met de neus op dat feit wordt gedrukt door lieden die creatief en met juridische onderbouwing te werk gaan. Daarom is het als case wel een ondersteuning van het betoog van Hazenberg.
Raffinement
Ik zie overeenkomsten tussen zijn betoog en die van Irene van Lippe (prinses), Adjiedj Bakas (trendwatcher), Rini Biemans (Antenne Rotterdam) en vele artikelen in het blad Ode. Het pleidooi voor herijking van de rol van de overheid (meer creatief, daadkrachtig en faciliterend) stond twintig jaar geleden bekend als de roep om ‘sociale vernieuwing’, die uiteindelijk ook door toenmalig premier Lubbers in zijn laatste kabinet werd omarmd. Uiteindelijk kwam er weinig van terecht omdat de gevestigde belangen de touwtjes toch in handen bleven houden. Nu kan het anders zijn omdat de netwerkgeneratie, niet meer van plan is de idealen zo maar over boord te zetten. Anderzijds is het raffinement en de brutaliteit van de gevestigde belangen ook vergroot, dus wie niet sterk is moet slim zijn …
Sterk staan
In de eerste plaats is de netwerkgeneratie inderdaad slimmer dan bijvoorbeeld de idealisten uit de jaren zestig (die dachten dat ze met het houden van obligate demonstraties de publieke opinie zouden veranderen). En ze staan nog sterk ook, door hun grote aantal, door de hedendaags communicatiemiddelen die zorgen dat ze elkaar snel kunnen vinden en door de overtuiging dat de nood van de samenleving hoger is dan ooit.
Hoe sterk ze staan blijkt nu of in de nabije toekomst op verschillende onderdelen van het economisch leven, een front waar belangrijke verandering vaak ingezet worden doordat pioniers een financieel voordeel kunnen halen dat navolging vindt.
Dit kan bijvoorbeeld gebeuren ...
- op de arbeidsmarkt: organisaties willen talentvolle sollicitanten werven en ze willen medewerkers wiens motivatie behouden blijft
- op de afzetmarkt, waar de goodwill van consumenten moet worden gewonnen
- en uiteindelijk ook op de kapitaalmarkt, waar aandeelhouders keuzes maken voor een goed rendement. Het is onomstotelijk vastgesteld (al wordt dat nog niet begrepen) dat dit samenhangt met een beleid dat niet puur op materiële resultaten is gericht en dat evenwichtig verdeeld is over de factoren people, planet en profit.
Instinct
Die weerstand lijkt economisch van aard. Het zijn inderdaad vaak economische belangen die langdurig dwars kunnen liggen, maar ze gaan ook (zoals ik hierboven schreef) als eerste overstag. Wat mij betreft is de kern van de weerstand vooral psychologisch. In de menselijke hersenen geldt verandering als een bedreiging en een niet acute bedreiging is een fenomeen dat zo lang mogelijk ontkend wordt. Dat heeft allemaal te maken met vechten versus vluchten, met eten of gegeten worden en allerlei andere instinctieve neigingen die niet meer functioneel zijn, maar die nog wel in ons gedrag zitten gebakken.
Transparantie
Ik zou dus de oproep van Hazenberg graag willen ondersteunen, maar liever niet onder het motto Yes, we should. Ik was opgelucht toen ik deze titel las, want ik hoorde hem eerst en dacht toen aan Yes, we shoot. Ik begreep dat niet want ik zou die kreet eerder associëren met de republikeinse beweging in de VS die foto’s van democratische politici verspreidt met het vizier van een geweer op hun gezicht getekend. Dit is een misverstand dat ook bij anderen kan ontstaan. Daarnaast heeft het woord should voor mij een moralistische lading, iets met veel impliciete normen en waarden, wat volgens mij in strijd zou zijn met de transparantie die de netwerkgeneratie nastreeft. Bovendien zegt should meer over de intentie dan over het gewenste resultaat en daar gaat het uiteindelijk om.
Vrolijk
Tot slot heeft should voor mij ook iets verplichtends, de neiging om jezelf of een ander iets op te leggen. Dat is niet verstandig want het roept weerstand op en dat hoeft helemaal niet als je schetst wat het alternatief is. Wanneer duidelijk wordt dat doorgaan op de oude weg eigenlijk alleen maar onheil oplevert voor onze generatie, dus nog veel meer voor het nageslacht, dan is de keus snel gemaakt. Weldenkende mensen die bewust leven, zijn vrolijk bezig een nieuwe samenleving vorm te geven.
Tips
Als vijftiger behoor ik niet tot de netwerkgeneratie, dus ik bewaar een gepaste afstand en geef een paar ongevraagde adviezen:
- laat duizend bloemen bloeien, laat iedereen zichzelf zijn en in alle diversiteit bijdragen aan een mozaïek van de nieuwe maatschappij. Dat schept de meeste kans op een collectief resultaat waar iedereen achter staat en waarin ook het eigen aandeel als vorm van zingeving herkenbaar blijft
- kweek vertrouwen door in dialoog te gaan
- werk aan draagvlak op basis van argumenten. Nieuwe technieken zijn hierbij behulpzaam (internet, stemkastjes e.v.a.) en nieuwe methodes voor besluitvorming, zoals sociocratie
- bundel kennis en kwaliteiten, wissel uit met fora, filmpjes, bijeenkomsten en natuurlijk twitter en blogs
- je zult wel eens weerstand tegen komen, bij jezelf, onderling en in de buitenwereld. Probeer altijd de behoefte erachter te ontdekken en kijk op welke manier die het best kan worden gerealiseerd
- blijf opgewekt en gebruik humor.
Links
Adjiedj Bakas, trendwatcher
Antenne Rotterdam, creatief buurtbeheer
Prospect, denktank van Joop Hazenberg
sociocratie, besluitvormingsmodel voor draagvlak
donderdag 10 december 2009
Zin in de toekomst
Opkomst China geeft oerknallen in de economie
“Vandaag de dag discussiëren we over doorwerken tot 67. Als iedereen straks 120 wordt, lachen we daarom.” Uit het boek De toekomst van werk, geschreven door Adjiedj Bakas en Martijn van der Woude, blijkt dat ons heel wat te wachten staat. Het heikele onderwerp pensioenleeftijd kan in dat licht met gemak gerelativeerd worden.
Een greep uit de ontwikkelingen die in het boek worden belicht:
Combinatie van talent
Het uitoefenen van twee of drie verschillende functies tegelijk wordt heel normaal, net als het kiezen van een ander beroep. “Hoe langer je doorwerkt, hoe groter de behoefte om een ander vak te doen, naast je bestaande werk of in de plaats ervan”, zo zegt trendwatcher Adjiedj Bakas tijdens de presentie van het boek, eind november in het Olympisch stadion. “Banen worden in de toekomst meer gebaseerd op een slimme combinatie van talenten en niet meer alleen op een diploma”, zegt Martijn van der Woude. Hij is in het dagelijks leven directeur van HR-dienstverlener PiCompany, een Nederlands bureau dat momenteel het grootste assessment center ter wereld laat bouwen in China.
Vijftig Silicon Valleys
Ook voormalig staatssecretaris voor Onderwijs, Annette Nijs, behoort tot de sprekers tijdens de boekpresentatie. Zij zegt dat de wereld in een stroomversnelling zit, met name door de stormachtige ontwikkelingen die vanuit China op ons afkomen. “Het land vormt nu de derde economie in de wereld met een BNP van drieduizend miljard dollar en een groei van rond de negen procent. Er zijn in China zevenhonderd vooraanstaande ict-bedrijven, verspreid over vijftig equivalenten van Silicon Valley.”
Doorwerken tot 75
Door deze ontwikkelingen zullen bedrijven in het Westen worden gedwongen tot verdergaande kostenreducties. Over tien jaar zijn er in de EU meer robots dan mensen - niet alleen in fabrieken, ook op kantoren en in het huishouden. Door de stijgende levensverwachting zullen we niet meer doorwerken tot 65 of 67 jaar, maar minstens tot 75. Dat is ook logisch, toen Drees de pensioenleeftijd op 65 stelde, was de levensverwachting 66 en telde een doorsnee werkweek 48 uur. Momenteel wordt de werkweek sluipend weer wat langer: gebruikers van een blackberry, of een verwant apparaat, werken gemiddeld twintig dagen per jaar extra, zonder meer salaris te eisen.
Vergrijzing geen schrikbeeld
Hoe lang blijft dat nog zo? De schaarse arbeidsmarkt dwingt werkgevers in de toekomst tot goede arbeidsvoorwaarden, inclusief training, omscholing en een uitvoerig traject voor outplacement. Van der Woude: “Medewerkers die kansrijk willen zijn op de arbeidsmarkt moeten niet alleen voldoende vakkennis hebben, maar ook in staat zijn zichzelf te verkopen. Dat doe je niet met een opgeklopt cv, daar prikken werkgevers steeds meer doorheen, je doet dat door slim te netweken, bijvoorbeeld op LinkedIn. En door te beseffen dat je als individu een groot arsenaal aan talenten hebt die bruikbaar zijn voor allerlei soorten werk.” Bakas vult aan: “Laten we de vergrijzing niet zien als schrikbeeld, maar als prikkel om veel creatiever dan tot nu toe om te gaan met het aanwezige arbeidspotentieel. Bijvoorbeeld ook door de overheid af te slanken, met als gevolg: meer efficiency, minder bureaucratie en een aanzienlijk groter deel van de beroepsbevolking dat beschikbaar is voor de marktsector.”
Geen strategie maar intuïtie
In de turbulenties van vandaag kunnen veel van China leren volgens Nijs, daarbij komt het vooral aan op onbevangen omgaan met complexiteit. “In het Westen heeft het woord complex de connotatie van gebrek aan controle, terwijl het in China wordt geassocieerd met rijp en volledig. Chinezen voelen zich het meest op hun gemak als ze kunnen vertrouwen op hun intuïtie, zonder strategie, gewoon met een onderbuikgevoel. Bij vertrouwde fenomenen in onze samenleving doen zich steeds meer onverwachte wendingen voor, waardoor oude strategieën falen.” Het bankwezen is niet langer onaantastbaar, ontwikkelingen in ict hebben invloed op ons leven en de manier waarop we zaken doen en we ontdekken dat de grenzen zijn bereikt van wat we onze leefomgeving kunnen aandoen. Volgens Nijs kan de Chinese filosofie van het taoïsme ons leren om te gaan met dergelijke vormen van complexiteit.
Stenen engel
Een aangrijpend verhaal komt van Lisa Lipkin, voormalig journalist, thans verhalenverteller en spreker tijdens de boekpresentatie. “Op mijn zestiende was ik depressief. Mijn moeder vertelde toen een verhaal over Michelangelo die met een vriend over straat liep. De vriend schopte tegen een steen waarvan Michelangelo zei dat een engel was. Iedereen lachte hem uit, maar zes maanden kon hij het als beeldhouwer bewijzen: de steen was een engel geworden. Mijn moeder zei dat ik zo’n engel ben. Toen ik begon met mijn werk als journalist, werd mijn eerste verhaal afgewezen. Ik dacht terug aan het verhaal van Michelangelo en ik stuurde het naar de New York Times. Die plaatste het.”
Yin en yang
We houden de moed erin, hoewel China in economisch opzicht furore maakt en allerlei vormen van complexiteit op dat gebied, blijkbaar moeiteloos beheerst en creëert. In politiek opzicht is het omgekeerd, daar wordt alles wat afwijkt van de centrale richtlijn heel simplistisch de nek omgedraaid. Dissidenten worden geïsoleerd, journalisten opgesloten en de toegang tot websites met afwijkende informatie is door de overheid afgesloten. Hoogte- of eigenlijk dieptepunt was het neerslaan van de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. Te midden van alle stroomversnellingen waaraan de wereld ten prooi valt, is dat nog steeds het jaar van een splitsing met langdurige effecten: in Oost-Europa richting democratie en in China richting onderdrukking. Een splitsing tussen west en oost. Naar maatstaven van de tao: tussen yin en yang.
Lieve vijand
Weinigen in het Westen zijn geneigd China in politiek opzicht als voorbeeld te stellen. Aan de andere kant zou het heel goed kunnen dat dit enorme land niet alleen een bron is van talloze economische stroomversnellingen, maar ook een bron van inspiratie voor het omgaan daarmee. Als de vergrijzing geen schrikbeeld hoeft te zijn, is de opkomst van China dat evenmin. De man wiens geboorte over twee weken wordt herdacht zei tweeduizend jaar geleden al ‘heb uw vijand lief’. Als een steen op straat een vermomde engel blijkt te zijn, waarom zou dat dan niet kunnen voor een bankier, een terrorist, een concurrent of de buurjongen die zo veel lawaai maakt met zijn brommer.
Rolmodellen
In deze kersttijd ontkomen we er niet aan om de trend van reli-reveil nog wat uit te werken. Ooit was alles stil en sereen, als een echte hemelse vrede. Toen kwam de oerknal en begon het gedonder. In het nieuwe heelal blijkt dat het geknal uiteenvalt, zoals wanneer de buurjongen langsrijdt. Minder oer en minder heftig, meer verspreid over een aantal kleinere knallen. Zoals de opkomst van internet een aantal donderslagen teweegbracht in de marketing, de LPF dat deed in de politiek en rolmodellen uit Marokko, Turkije en Argentinië, voor de integratie van allochtonen.
Engelen als allochtonen
Als ik straks een engeltje in een kerstboom zie hangen, zal ik denken aan die ene klant die me een loer wilde draaien, aan die onbeleefde cassière van gister … eigenlijk aan iedereen met wie ik ooit ruzie heb gehad. Of nog zal krijgen. Heel lastig om te erkennen dat al die confrontaties net zo onwennig zijn als voor het eerst couscous eten, maar wel heel zinvol. Laten we deze engelen beschouwen als de allochtonen van de toekomst. Gelukkig is hun integratie een kwestie van reflectie en niet het gevolg van beleid dat ergens in de bureaucratie is bedacht. Anders zou de kans op mislukking groot zijn.
Links:
Lisa Lipkin schreef het boek Bringing the story home
Trendoffice, het bureau van Adjiedj Bakas
PiCompany, het bedrijf van Martijn van der Woude
website over het boek De Toekomst van werk
Wikipedia over Annette Nijs
Het boek van Annette Nijs, China met andere ogen
“Vandaag de dag discussiëren we over doorwerken tot 67. Als iedereen straks 120 wordt, lachen we daarom.” Uit het boek De toekomst van werk, geschreven door Adjiedj Bakas en Martijn van der Woude, blijkt dat ons heel wat te wachten staat. Het heikele onderwerp pensioenleeftijd kan in dat licht met gemak gerelativeerd worden.
Een greep uit de ontwikkelingen die in het boek worden belicht:
- onderwijs wordt steeds minder gericht op het bezit van kennis en steeds meer op vaardigheden voor het zelfstandig verkrijgen daarvan. We worden veroordeeld tot levenslang leren, maar dan wel op een leuke manier: de belevingseconomie dringt door tot in schoollokalen, collegebanken en trainingscentra. Zelfs tot de werkplek, waar ook permanent geleerd wordt
- banen worden verzelfstandigd, het aantal zzp’ers groeit van negenhonderd duizend naar anderhalf miljoen
- door toenemende zelfredzaamheid van medewerkers zullen vakbonden en ondernemingsraden moeten zoeken naar een nieuwe invulling van hun taken
- een groeiende behoefte aan kleine eenheden voor samenleven of –werken, waarin mensen steun, (h)erkenning, warmte en geluk vinden
- deze tendens tot kleinschaligheid vermengt zich met globalisering tot ‘glocalisering’
- zingeving en ethiek zijn meer en meer bepalend voor het imago van een bedrijf als werkgever. De passie van medewerkers wordt niet meer alleen gebaseerd op de inhoud van het werk, maar ook op mogelijkheden voor persoonlijke en professionele groei
- het vertrouwen in de overheid als stuurman van de samenleving neemt af, in plaats daarvan vertrouwt een toenemend aantal mensen op religie als bron van inzicht. Het zijn niet alleen extremistische islamieten die in dit reli-reveil hun heil zoeken, maar juist ook gematigde mensen uit allerlei culturen die hun keuzes baseren op godsdienstige principes in de rollen die zij vervullen: van manager tot moeder en van ambtenaar tot autoverkoper
- managers zullen hun medewerkers steeds meer afrekenen op prestaties, dus niet meer op aanwezigheid of eigen voorkeuren bij de uitvoering van het werk. Managers zullen eraan moeten wennen dat ze zelf ook steeds meer op hun prestaties afgerekend worden, waarbij niet alleen de hoogte van de productie op korte termijn belangrijk is, maar ook een authentieke stijl van communiceren en resultaten op de langere termijn
- in Azië ligt het centrum van de nieuwe economische wereldorde, maar de rol van het Westen blijft cruciaal omdat alleen in een tolerante omgeving echte innovatie tot bloei komt
- met prijzen die onder druk staan wordt het concurrerend vermogen van bedrijven zwaar op de proef gesteld
- het milieubelang dringt door tot overheid en bedrijfsleven - hun beleid zal sterk vergroenen.
Combinatie van talent
Het uitoefenen van twee of drie verschillende functies tegelijk wordt heel normaal, net als het kiezen van een ander beroep. “Hoe langer je doorwerkt, hoe groter de behoefte om een ander vak te doen, naast je bestaande werk of in de plaats ervan”, zo zegt trendwatcher Adjiedj Bakas tijdens de presentie van het boek, eind november in het Olympisch stadion. “Banen worden in de toekomst meer gebaseerd op een slimme combinatie van talenten en niet meer alleen op een diploma”, zegt Martijn van der Woude. Hij is in het dagelijks leven directeur van HR-dienstverlener PiCompany, een Nederlands bureau dat momenteel het grootste assessment center ter wereld laat bouwen in China.
Vijftig Silicon Valleys
Ook voormalig staatssecretaris voor Onderwijs, Annette Nijs, behoort tot de sprekers tijdens de boekpresentatie. Zij zegt dat de wereld in een stroomversnelling zit, met name door de stormachtige ontwikkelingen die vanuit China op ons afkomen. “Het land vormt nu de derde economie in de wereld met een BNP van drieduizend miljard dollar en een groei van rond de negen procent. Er zijn in China zevenhonderd vooraanstaande ict-bedrijven, verspreid over vijftig equivalenten van Silicon Valley.”
Doorwerken tot 75
Door deze ontwikkelingen zullen bedrijven in het Westen worden gedwongen tot verdergaande kostenreducties. Over tien jaar zijn er in de EU meer robots dan mensen - niet alleen in fabrieken, ook op kantoren en in het huishouden. Door de stijgende levensverwachting zullen we niet meer doorwerken tot 65 of 67 jaar, maar minstens tot 75. Dat is ook logisch, toen Drees de pensioenleeftijd op 65 stelde, was de levensverwachting 66 en telde een doorsnee werkweek 48 uur. Momenteel wordt de werkweek sluipend weer wat langer: gebruikers van een blackberry, of een verwant apparaat, werken gemiddeld twintig dagen per jaar extra, zonder meer salaris te eisen.
Vergrijzing geen schrikbeeld
Hoe lang blijft dat nog zo? De schaarse arbeidsmarkt dwingt werkgevers in de toekomst tot goede arbeidsvoorwaarden, inclusief training, omscholing en een uitvoerig traject voor outplacement. Van der Woude: “Medewerkers die kansrijk willen zijn op de arbeidsmarkt moeten niet alleen voldoende vakkennis hebben, maar ook in staat zijn zichzelf te verkopen. Dat doe je niet met een opgeklopt cv, daar prikken werkgevers steeds meer doorheen, je doet dat door slim te netweken, bijvoorbeeld op LinkedIn. En door te beseffen dat je als individu een groot arsenaal aan talenten hebt die bruikbaar zijn voor allerlei soorten werk.” Bakas vult aan: “Laten we de vergrijzing niet zien als schrikbeeld, maar als prikkel om veel creatiever dan tot nu toe om te gaan met het aanwezige arbeidspotentieel. Bijvoorbeeld ook door de overheid af te slanken, met als gevolg: meer efficiency, minder bureaucratie en een aanzienlijk groter deel van de beroepsbevolking dat beschikbaar is voor de marktsector.”
Geen strategie maar intuïtie
In de turbulenties van vandaag kunnen veel van China leren volgens Nijs, daarbij komt het vooral aan op onbevangen omgaan met complexiteit. “In het Westen heeft het woord complex de connotatie van gebrek aan controle, terwijl het in China wordt geassocieerd met rijp en volledig. Chinezen voelen zich het meest op hun gemak als ze kunnen vertrouwen op hun intuïtie, zonder strategie, gewoon met een onderbuikgevoel. Bij vertrouwde fenomenen in onze samenleving doen zich steeds meer onverwachte wendingen voor, waardoor oude strategieën falen.” Het bankwezen is niet langer onaantastbaar, ontwikkelingen in ict hebben invloed op ons leven en de manier waarop we zaken doen en we ontdekken dat de grenzen zijn bereikt van wat we onze leefomgeving kunnen aandoen. Volgens Nijs kan de Chinese filosofie van het taoïsme ons leren om te gaan met dergelijke vormen van complexiteit.
Stenen engel
Een aangrijpend verhaal komt van Lisa Lipkin, voormalig journalist, thans verhalenverteller en spreker tijdens de boekpresentatie. “Op mijn zestiende was ik depressief. Mijn moeder vertelde toen een verhaal over Michelangelo die met een vriend over straat liep. De vriend schopte tegen een steen waarvan Michelangelo zei dat een engel was. Iedereen lachte hem uit, maar zes maanden kon hij het als beeldhouwer bewijzen: de steen was een engel geworden. Mijn moeder zei dat ik zo’n engel ben. Toen ik begon met mijn werk als journalist, werd mijn eerste verhaal afgewezen. Ik dacht terug aan het verhaal van Michelangelo en ik stuurde het naar de New York Times. Die plaatste het.”
Yin en yang
We houden de moed erin, hoewel China in economisch opzicht furore maakt en allerlei vormen van complexiteit op dat gebied, blijkbaar moeiteloos beheerst en creëert. In politiek opzicht is het omgekeerd, daar wordt alles wat afwijkt van de centrale richtlijn heel simplistisch de nek omgedraaid. Dissidenten worden geïsoleerd, journalisten opgesloten en de toegang tot websites met afwijkende informatie is door de overheid afgesloten. Hoogte- of eigenlijk dieptepunt was het neerslaan van de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. Te midden van alle stroomversnellingen waaraan de wereld ten prooi valt, is dat nog steeds het jaar van een splitsing met langdurige effecten: in Oost-Europa richting democratie en in China richting onderdrukking. Een splitsing tussen west en oost. Naar maatstaven van de tao: tussen yin en yang.
Lieve vijand
Weinigen in het Westen zijn geneigd China in politiek opzicht als voorbeeld te stellen. Aan de andere kant zou het heel goed kunnen dat dit enorme land niet alleen een bron is van talloze economische stroomversnellingen, maar ook een bron van inspiratie voor het omgaan daarmee. Als de vergrijzing geen schrikbeeld hoeft te zijn, is de opkomst van China dat evenmin. De man wiens geboorte over twee weken wordt herdacht zei tweeduizend jaar geleden al ‘heb uw vijand lief’. Als een steen op straat een vermomde engel blijkt te zijn, waarom zou dat dan niet kunnen voor een bankier, een terrorist, een concurrent of de buurjongen die zo veel lawaai maakt met zijn brommer.
Rolmodellen
In deze kersttijd ontkomen we er niet aan om de trend van reli-reveil nog wat uit te werken. Ooit was alles stil en sereen, als een echte hemelse vrede. Toen kwam de oerknal en begon het gedonder. In het nieuwe heelal blijkt dat het geknal uiteenvalt, zoals wanneer de buurjongen langsrijdt. Minder oer en minder heftig, meer verspreid over een aantal kleinere knallen. Zoals de opkomst van internet een aantal donderslagen teweegbracht in de marketing, de LPF dat deed in de politiek en rolmodellen uit Marokko, Turkije en Argentinië, voor de integratie van allochtonen.
Engelen als allochtonen
Als ik straks een engeltje in een kerstboom zie hangen, zal ik denken aan die ene klant die me een loer wilde draaien, aan die onbeleefde cassière van gister … eigenlijk aan iedereen met wie ik ooit ruzie heb gehad. Of nog zal krijgen. Heel lastig om te erkennen dat al die confrontaties net zo onwennig zijn als voor het eerst couscous eten, maar wel heel zinvol. Laten we deze engelen beschouwen als de allochtonen van de toekomst. Gelukkig is hun integratie een kwestie van reflectie en niet het gevolg van beleid dat ergens in de bureaucratie is bedacht. Anders zou de kans op mislukking groot zijn.
Links:
Lisa Lipkin schreef het boek Bringing the story home
Trendoffice, het bureau van Adjiedj Bakas
PiCompany, het bedrijf van Martijn van der Woude
website over het boek De Toekomst van werk
Wikipedia over Annette Nijs
Het boek van Annette Nijs, China met andere ogen
dinsdag 18 augustus 2009
Nogmaals Wilders - ditmaal Geert versus Fatima
Ook wie mij niet respecteert, verdient respect. En ik zal ervoor vechten om te kunnen blijven zeggen dat ik iedereen respecteer, dus ook Geert Wilders en Fatima Elatik.
Zij vergelijkt Wilders met Hitler. In de VS vergelijken extremisten Obama met Hitler. Zo komt Wilders zowaar nog in goed gezelschap terecht.
Niet overtuigend
De manier waarop Fatima Elatik bij de EO vanavond haar standpunt toelichtte wekte bij mij sympathie voor Wilders. Ze herhaalde steeds dat zij 'wat doet', terwijl Wilders alleen maar 'wat roept'. Dat was voor mij niet echt overtuigend en bovendien was het geen antwoord op de door Andries Knevel terecht met nadruk gestelde vraag: "Waarom doet u precies wat u Wilders verwijt, het demoniseren van medemensen?"
Mandela en Berlusconi
Ik ben als PvdA-lid, vastbesloten vanuit solidariteit en respect naar mijn medemensen te kijken, ongeacht hun geloof, ras, opvatting of wat dan ook. Zelfs ongeacht de wijze waarop mensen hun opvattingen uiten in mijn richting of die van anderen. Ook wie mij niet respecteert, verdient respect, alleen al omdat we anders in een escalatie van afkeuring belanden. Ik heb daarom evenveel respect voor Wilders als voor Mandela, Obama, Elatik, Balkenende, Bos, de dalai lama, koningin Rania van Jordanië, Berlusconi, mijn bovenbuurvrouw, mijn benedenbuurman en ieder ander.
Bewondering en afschuw
Net zo vastbesloten als ik ben om dit respect in ieders richting waar te maken, ben ik van plan de signalen te verstaan die door het succes van Wilders worden afgegeven. Ik bewonder zijn moed, ik verafschuw zijn standpunten. Ik bewonder de wijze waarop hij als een guerillastrijder de gevestigde partijen voor schut zet, ik betreur dat die hem zoveel kansen voor open doel geven om te scoren. Nu ook Elatik weer.
Plank mis
Ongetwijfeld rekent ze op applaus van sommige moslims en (misschien nog belangrijker) van degenen binnen de PvdA die beslissen over haar kandidatuur bij de volgende verkiezingen. Maar als het haar doel is om de opmars van Wilders te stuiten, dan slaat ze de plank mis. De doorsnee burger ziet dat gestuntel met die plank en die ziet ook dat politici van gevestigde partijen het moeilijk vinden om die plank NIET voor hun kop te houden.
Onbevangen
We gaan spannende lokale campagnes tegemoet. De grote vraag is: hebben gevestigde partijen de moed om hun fouten uit het verleden openlijk onder ogen te zien en onbevangen te luisteren naar wat PVV-kiezers beweegt? Zij denken dat het uitbrengen van een proteststem een juiste keuze is en die overtuiging groeit alleen maar zolang hun leider met scheldwoorden wordt bejegend.
Grote partijen
Hoe lastig is het om dat onder ogen te zien? Een klein beetje empathie voor je achterban en je weet het. Ik wens het dit land toe dat de PvdA en de andere grote partijen daartoe overgaan. Dan blijven ze groot.
Links
PvdA
Fatima Elatik
PVV
Knevel & Van den Brink
Zij vergelijkt Wilders met Hitler. In de VS vergelijken extremisten Obama met Hitler. Zo komt Wilders zowaar nog in goed gezelschap terecht.
Niet overtuigend
De manier waarop Fatima Elatik bij de EO vanavond haar standpunt toelichtte wekte bij mij sympathie voor Wilders. Ze herhaalde steeds dat zij 'wat doet', terwijl Wilders alleen maar 'wat roept'. Dat was voor mij niet echt overtuigend en bovendien was het geen antwoord op de door Andries Knevel terecht met nadruk gestelde vraag: "Waarom doet u precies wat u Wilders verwijt, het demoniseren van medemensen?"
Mandela en Berlusconi
Ik ben als PvdA-lid, vastbesloten vanuit solidariteit en respect naar mijn medemensen te kijken, ongeacht hun geloof, ras, opvatting of wat dan ook. Zelfs ongeacht de wijze waarop mensen hun opvattingen uiten in mijn richting of die van anderen. Ook wie mij niet respecteert, verdient respect, alleen al omdat we anders in een escalatie van afkeuring belanden. Ik heb daarom evenveel respect voor Wilders als voor Mandela, Obama, Elatik, Balkenende, Bos, de dalai lama, koningin Rania van Jordanië, Berlusconi, mijn bovenbuurvrouw, mijn benedenbuurman en ieder ander.
Bewondering en afschuw
Net zo vastbesloten als ik ben om dit respect in ieders richting waar te maken, ben ik van plan de signalen te verstaan die door het succes van Wilders worden afgegeven. Ik bewonder zijn moed, ik verafschuw zijn standpunten. Ik bewonder de wijze waarop hij als een guerillastrijder de gevestigde partijen voor schut zet, ik betreur dat die hem zoveel kansen voor open doel geven om te scoren. Nu ook Elatik weer.
Plank mis
Ongetwijfeld rekent ze op applaus van sommige moslims en (misschien nog belangrijker) van degenen binnen de PvdA die beslissen over haar kandidatuur bij de volgende verkiezingen. Maar als het haar doel is om de opmars van Wilders te stuiten, dan slaat ze de plank mis. De doorsnee burger ziet dat gestuntel met die plank en die ziet ook dat politici van gevestigde partijen het moeilijk vinden om die plank NIET voor hun kop te houden.
Onbevangen
We gaan spannende lokale campagnes tegemoet. De grote vraag is: hebben gevestigde partijen de moed om hun fouten uit het verleden openlijk onder ogen te zien en onbevangen te luisteren naar wat PVV-kiezers beweegt? Zij denken dat het uitbrengen van een proteststem een juiste keuze is en die overtuiging groeit alleen maar zolang hun leider met scheldwoorden wordt bejegend.
Grote partijen
Hoe lastig is het om dat onder ogen te zien? Een klein beetje empathie voor je achterban en je weet het. Ik wens het dit land toe dat de PvdA en de andere grote partijen daartoe overgaan. Dan blijven ze groot.
Links
PvdA
Fatima Elatik
PVV
Knevel & Van den Brink
Abonneren op:
Posts (Atom)



