dinsdag 8 augustus 2023

Had je dat gehoord?

Dit is het belangrijkste artikel van mijn leven. Ik heb er vele honderden geschreven, als journalist, columnist en blogger. Dit stuk spant de kroon omdat het gaat over mijn verleden en vooral mijn toekomst, mijn levenslot, mijn kwetsbaarheid en zingeving. Op de vraag waarom ik het online zet, ga ik in aan het eind.

Op advies van een psycholoog heb ik denkbeeldige brieven geschreven aan mijn overleden ouders. Het deed me goed om al mijn waardering, dankbaarheid, wanhoop, onmacht, plezier en teleurstelling op een rustige toon te verwoorden. Hopelijk helpt me dat mijn draai beter te vinden dan in de afgelopen 66 jaar.

==

Rotterdam 1 augustus 2023

Dag Mama,

Het is al over een paar maanden drie jaar geleden dat je overleed. Je zult wel verbaasd zijn over deze brief omdat ik je heb weten te bereiken. Ik hoop dat het je goed gaat in de hemel, dat je het gezellig hebt met Papa, met jullie ouders, oom Herman en met zovele anderen van je overleden vriendinnen en familie.

Deze brief schrijf ik als onderdeel van de behandeling van een psycholoog. Ze zei dat het goed zou zijn om alles nog even op een rij te zetten in brieven aan jou en aan Papa. Daarvoor vraag ik dus even je tijd. Je zou me een groot genoegen doen door dit te lezen.

We hebben in 2013 al een belangrijke stap gezet door een aantal situaties te bespreken. Ik heb je toen al complimenten gemaakt dat je zo goed geluisterd hebt. Je zei dat je ervan was ervan geschrokken en dat kon ik ook duidelijk zien. Je hebt gehuild en je bent op de bank bij jou thuis naast me komen zitten met je arm om me heen. Dat heeft voor mij wel een heel nieuw licht op ons contact geworpen, toen begon ik te beseffen dat je wel van me hield en dat je me niet alleen zag als een object van onmacht, frustratie en verwarring.

In de eerste plaats ben ik natuurlijk heel dankbaar voor alle zorgzaamheid en aandacht die ik van je heb gekregen. Het is bijzonder om te beseffen wat je allemaal voor H, N *) en mij hebt gedaan, ondanks al die zware omstandigheden in je leven: het ruw verstoorde paradijs van je leven toen de Jap kwam, je leven en je eerbaarheid die voortdurend gevaar liepen in de kamptijd, dat je nog niet veilig was tijdens de afschuwelijke bersiap, de kille ontvangst in Nederland omdat er voor jouw leed geen plaats was. En toen nog een doodgeboren kind. Daar heb je je allemaal doorheen geslagen om de rol van opvoeder te kunnen vervullen voor H, N en mij. Op je doodsbed heb ik daarover gezegd dat Papa en jij het goed hebben gedaan voor ons drieën.

Drie broers, vlnr: een succesvolle doener, een originele lolbroek en een melancholieke schrijver.

Daarnaast ben ik dankbaar voor de diepgang van de vele goede gesprekken over allerlei onderwerpen die we hebben gevoerd in de laatste tien jaar van je leven. De wijsheid en de diepgang van onze gesprekken mis ik nog steeds. En ik denk ook terug aan de gastvrijheid: ook als ik eens onverwacht langskwam omdat ik in de buurt was, wilde je eten regelen. En zeker ook voor je humor, tot een week voor je dood hebben we elke keer lol gehad om grappen die we elkaar vertelden.

De reden voor deze brief is een aantal feiten als deze die me nog steeds heel diep raken:

  • weet je nog dat de jongens in onze straat een houten vliegtuigje hadden waarvan je de propeller kon opwinden met een elastiekje? Jij zei dat ik het moest proberen met een wollen draadje. Ik geloofde dat de propeller het zou doen want jij had het gezegd, maar de jongens lachten me uit

  • we hadden in de 2e klas heel vaak gehoord dat juffrouw Mak op haar bruiloft bruidssuikers zou uitdelen. Toen we hoorden dat ze er niet waren sprak ik mijn teleurstelling uit, jij kneep me met je nagels hard in mijn arm. Het deed veel pijn, dat was heel erg verwarrend

  • toen we met de vakantie een dagje in het Deelerwoud waren gooide ik de autosleutels naar Papa. Hij schold me langdurig uit, jij bleef afzijdig

  • Jan Willem de Vrijer (klasgenoot op de Havo) had zijn bandrecorder meegenomen, op mijn kamer deden we alsof hij mij interviewde. Hij vroeg of ik kinderen had. Ik was even stil, ik moest erover nadenken. Jij luisterde mee, achteraf vertelde je iedereen uitvoerig hoe belachelijk het was: ik moest nadenken of ik kinderen had.

  • toen ik al op kamers woonde bedacht ik dat ik het fijn zou vinden als Papa en jij zouden horen wat voor muziek ik mooi vind. Ik sprak af dat ik twee of drie grammafoonplaten zou meenemen en dan een week in Pijnacker zou achterlaten. Na die week bleek dat jullie er niet aan toe gekomen waren, je vond dat 'heel erg'. Een week later waren jullie er nog niet aan toe gekomen, je vond dat weer heel erg. Toen heb ik ze een derde week laten liggen, na die week was het er weer niet van gekomen om te luisteren. Je zei dat het verschrikkelijk was, maar ik gaf de moed op, ik heb toen de platen weer meegenomen.

  • toen ik verhuisd was naar Beatrijsstraat gingen we gordijnen kopen bij Wijkvliet. We hoefden de rollen gordijn niet terug te leggen in het schap, had de eigenaar gezegd. Jij zei dat we de rollen wel netjes moesten terugleggen 'want dat wil die meneer'. Je zei achteraf dat meneer Wijkvliet erg kwaad was dat we niets gekocht hadden, volgens mij sloeg ook dat nergens op

  • in 1978, toen ik voor de eerste keer examen deed aan de Heao en zakte, had ik een slechte tijd. Het leidde ertoe dat ik een soms te laat kwam op afspraken. Ik denk dat jij dat hooguit drie of vier keer hebt gemerkt. Niettemin kreeg ik sindsdien regelmatig opmerkingen over te laat komen. Ik kan me voorstellen dat je je zorgen maakt, maar hier was het onterecht. Jammer was ook dat iemand jaren later nog zei zeker te weten dat ik overal te laat kwam, al kende hij daar geen enkel voorbeeld van. (van diezelfde persoon kreeg ik in een aapgroep nog de opmerking dat ik vooral op tijd moest komen. Ik vroeg waarom die opmerking alleen op mij was gericht, er kwam geen antwoord)

  • samen met Papa deelde je mee dat ik moest stoppen met de behandeling van psychiater Hans Methorst. Je ging niet in op mijn mening daarover, ik huilde van wanhoop. In plaats van in te gaan op mijn verdriet zei je dat het een bewijs was van jouw gelijk

  • toen ik het had uitgemaakt met Janny zeiden Papa en jij dat ik erover kon komen praten als ik daar behoefte aan had. Ik ging erop in, jullie lieten mij praten en toen bleek je vooral je eigen boodschap te willen geven: ik moest het weer goedmaken. Luisteren gebeurde helemaal niet. Ik ging weg met met een gevoel van woede en teleurstelling

  • op de ochtend voor crematie van Papa zei N toen we bijna zouden vertrekken 'weten we al hoe we gaan zitten straks? Ik zal het tekenen'. Gaandeweg ontdekte ik waar het op neerkwam: ik zou niet naast jou zitten, wat erg ongebruikelijk is voor de oudste zoon. Het was ongetwijfeld zo bepaald door jou met onbekende redenen en met N besproken die de boodschap keurig aan mij overbracht. Met enige uitleg zou het zorgvuldig zijn overgekomen. Opmerkelijk was dan wel dat je bij de crematie oom Roel erop zinspeelde dat ik naast jou zou zitten, wat ik ervoer als een soort goedmaker

  • ik speelde een keer op grasveld van de kerk bij het Helmhuis met Hajo en Friso. Na een minuut of tien zei je dat dat niet mocht 'de kerk wil niet dat je daar komt', maar je had het al die tijd al gezien

  • jij wilde een kaart kopen toen we met tante Ock op de ss Rotterdam zaten. Je stond naast me en vroeg of ik er eentje wilde pakken, ik vroeg 'het maakt niet uit welke?' Nee, dat maakte niet uit, zei je. Ik pakte er een en toen zei je 'niet-niet-niet-niet-niet-niet-niet-niet-niet bij nacht, niet deze Robbert'

  • wat ik me in het algemeen kan herinneren is dat je vaak verwijten publiekelijk deed (ik vermoed vooral achter mijn rug om) met heel veel oordelen erbij, terwijl het prettiger was geweest om samen even door te nemen wat er was gebeurd en wat voor emotie dat bij jou teweegbracht. Dat zou mij veel helderheid gegeven hebben over je behoefte, zodat ik daar voortaan meer rekening mee kon houden.


Dit is een kleine greep voorvallen die me te binnen schoten. Aan de andere kant zie je in het bovenstaande bij twee situaties (uitmaken met Janny en de crematie van oom Roel) dat je heel goed kunt nadenken over eigen handelen. Dat bleek ook uit je reactie in 2013 toen ik had gezegd wat me op het hart lag. En dat was ook het geval toen je (rond 2014) een keer zo maar zei dat ik een baan moest zoeken en dan ineens belde je op om te zeggen dat je was geschrokken van eigen eigen gedrag en dat je je schaamde.

Ik denk nog steeds met bewondering terug aan de hoeveelheid zelfinzicht die je indertijd toonde. Het maakt me ook dankbaar omdat het vinden van woorden voor de brief die ik nu schrijf veel makkelijker is geworden door wat we samen geleerd hebben.

Ik heb me ook wel eens afgevraagd of je dacht dat ik jaloers was op H en N omdat zij meer succes hadden bij vrouwen. Ik had het je moeten vragen, want de indruk dat dit speelde en dat je er buiten mij om over sprak was eigenlijk wel sterk. Ik ben er niet aan toegekomen om dit te vragen, omdat ik me machteloos voelde en ik wilde niet nog meer controverses aangaan.


Selfies uit 2017, als uiting van verbinding deelden we een sjaal.

Voor deze brief heb ik allerlei aantekeningen uit dagboeken en therapieën herlezen. Ik moet zeggen dat er een sfeer opkomt van wanhoop en onmacht. En nog sterker is mijn gevoel dat ik op de vlucht was voor de realiteit om te voorkomen dat er nog meer verwarring zou ontstaan. Het leven was voor mij een grote, gevaarlijke kluwen van wanhoop en verwarring. Het was een gevoel van angst, heel verkrampt zoeken naar wat ik mag en kan, totaal niet wetend wat mijn waarde is en wat mijn rechten zijn. Totaal zonder overzicht, als een vis die bang is dat hij op een dag geen water meer krijgt. Tegenwoordig ben ik meer bezig een visser (of Visser) te worden of misschien een vuurtorenwachter die ook bij het water zit en die als rol heeft iedereen te beschermen en koers te geven.

En hopelijk ben ik af en toe in gedachten even een kind dat bij het water speelt. Dat erop vertrouwt dat zijn ouders goed opletten dat ik er niet in beland. Ze helpen mij plezier te hebben terwijl ze voor me zorgen en ik probleemloos geniet van het water, de vis die ik zie zwemmen en alles in de omgeving.

Dat lukt mij dan misschien na 66 jaar. Zo hebben we veel gemeen, bij jou werd het vredige paradijs van je kindertijd ruw verstoord door de komst van de Jap in Indië. Zo konden we geen van beiden onbezorgd opgroeien en hadden we daarna nog veel last van emotionele ongemakken. Terwijl het zo mooi was geweest als we ons allebei hadden ontwikkeld in een omgeving die werd gekenmerkt door vrede, veiligheid, steun en plezier, als basis voor een fijn en succesvol leven.

Misschien kom ik daarmee nog een heel eind, maar wanhoop en onmacht zijn voorlopig niet weg. Ik ben ze nog steeds aan het oprekken, op de proef aan het stellen, op de weg terug van verwarring naar werkelijkheid. In het verleden probeerde ik als journalist in mijn teksten aan alle wensen van iedereen te voldoen, zonder vertrouwen in mijn professionaliteit en mijn vaardigheden en zonder optimistisch te zijn over succes. Tegenwoordig kan ik meer vertrouwen op mijn waarden, normen en vaardigheden. Maar het blijft een worsteling, het lijkt erop dat mensen soms de neiging hebben mijn zelfvertrouwen op de proef te stellen door over me heen te walsen.

Achteraf merkte ik dat het schrijven van de eerste versie van deze brief opluchting wekte, en markant was ook dat ik heel ontspannen rechtop liep tijdens mijn avondwandeling. Dus niet verkrampt (wat ik gewend was, terwijl het dan niet lukt en heel zwaar is), maar ik liep ontspannen rechtop. Ik zie daarvan geen enkele andere oorzaak dan het werken aan deze brief. Of er een eind komt aan de huilbuien die ik regelmatig heb, moeten we afwachten.

Toen ik de eerste versie van deze brief schreef had ik voor de zoveelste keer therapie. De psychologe zei dat deze brief ertoe bijdraagt dat er een nieuwe Rob ontstaat, ik moet nog zien of het dit keer (wel) gebeurt, tegelijk denk ik dat het wel een heel goed idee was om deze brief te schrijven. Ook werken aan volgende versies voelde goed. En het is daarnaast zo dat ik heb volgehouden om mijn verwarring in kaart te brengen en dat het uiteindelijk inderdaad toch wel lijkt te lukken.

Ik was zelf de fotograaf op het feest voor mijn zestigste verjaardag, dat door mijn moeder werd betaald.

Kortom het ziet ernaar uit dat ik op de goede weg ben en als dat blijkt is dat natuurlijk heel goed nieuws. Over nieuws gesproken: ik ben bezig de journalistiek vaarwel te zeggen. Althans, ik werk niet meer in opdracht, ik ga artikelen schrijven op mijn eigen website over wat ik om me heen zie en ga dat duiden met journalistieke principes van leesbaarheid en neutraliteit.

Dat laatste woord past trouwens bij iets wat ik van de hele geschiedenis heb geleerd: je kunt niet oordelen zonder de achtergrond te kennen. Je moet ook aan de grootste misdadiger vragen: wat is er volgens jou gebeurd en hoe is dat gekomen? In de journalistiek heet dat hoor-en-wederhoor. Ik heb in onze familie wel eens de indruk dat ik gezien word als iemand die zich misdraagt, ik heb alleen nooit kunnen checken of dat zo is. Ik heb je wel een paar keer gevraagd of H en N eigenlijk wel een positief beeld van mij hebben, dan zei je altijd dat er geen reden is voor twijfel daarover.

Ik hoop dat je het daar in de hemel heel erg naar je zin zult hebben. En nog iets over het begin van deze brief: je hebt me altijd voorgehouden dat ik ieder briefje aan jou moet beginnen met Lieve Mama. Dat heb ik dit keer niet gedaan omdat ik de tekst van deze brief niet door jou wilde laten bepalen. Maar ik zeg wel,

Liefs,

Rob

Facebook herinnerde mij in 2023 aan dit bericht uit 2015. Het bevat een voorbeeld van de weergaloze humor van mijn moeder.

Rotterdam, 1 augustus 2023

Dag lieve Papa,

Je bent al weer ruim 20 jaar geleden overleden. Heb je het fijn in de hemel? Kom je alle bekenden van vroeger tegen, zoals je vader (die ik nooit heb gekend), je moeder, zussen, collega’s, vrienden en bekenden? Sinds bijna drie jaar is Mama er ook bij.

Deze brief schrijf ik in het kader van de behandeling van een psycholoog. Eerst schreef ik een brief aan Mama, die wat moeilijker was, en nu aan jou. Als ik aan je denk komt er vooral een gevoel op van medeleven en gemiste kansen. Wat zou ik graag met de kennis van nu jou meer steun hebben gegeven in je leven.

Mijn vader als jongeman.

We hadden moeilijk contact, tegelijk was er veel oprechtheid. G zei een keer dat mijn contact met jou veel beter was dan dat met Mama. Toen voelde ik geen verschil, nu kan ik het plaatsen. Ik noem hier een aantal feiten die ik vanuit herinnering en aantekeningen heb verzameld bij het schrijven van deze brief:

  • waar ik een goed gevoel van krijg is dat je soms zo heerlijk authentiek en onstuimig kon reageren, zoals ‘het geld groeit niet op mijn rug’ en als ik zei dat het niet fout was wat ik deed omdat een klasgenoot dat ook deed ‘als die in de sloot springt, wat doe je dan???’

  • je kon ook zo lekker uit je humeur zijn, bijvoorbeeld op de dag dat we met vakantie gingen. Als het nog kon zou ik je vragen of je je daarvan bewust was en of je misschien daarmee machteloosheid wilde uitdrukken

  • wanneer we luisterden naar het nieuws op de radio zei je vaak hard pratend dat je het niet eens was met de mening van de regering of anderen. Ik vond het niet zo heel effectief en tegelijk aangrijpend, ik adviseerde je een brief te schrijven aan de persoon of instantie, om in elk geval te uiten wat je ervan vindt, maar Mama zei dan dat het een slecht idee was

  • toen H, N en ik nog klein waren beloofde je inbrekers het dak af te gooien, dat gaf me een veilig gevoel

  • je leerde me ook stoeien, hoe je iemand fysiek kunt overheersen en dat je bij het boksen nooit je duim in je vuist moet doen. En je legde uit hoe ik iemand een hand kon geven zonder risico dat mijn hand kapotgeknepen zou worden

  • je zei tegen mijn vriend Koert dat je in het leger de mentaliteit moest krijgen van ‘we zien wel waar het schip strandt’, dat vond ik boeiend

  • je zei het niet, ik merkte wel dat je heel trots was toen ik rond 1973 (ik zal in Havo 4 gezeten hebben) een mening had over de wenselijkheid van keuzevakken en specialisatie in het voortgezet onderwijs, waar jij met meneer Lamers over aan het praten was. Je waardering gaf me een gevoel van verbazing en blijheid

  • het zal in de jaren zeventig zijn geweest dat ik had besloten dat ik voortaan mijn mening zou vormen met onderbouwing en nuance. Ik vermoed dat ik het aan Mama had verteld, omdat ik me herinner dat ik het heel onwerkelijk vond dat jij aan de avondmaaltijd (waar iedereen bij was) begon te vertellen dat het gevaarlijk en onverstandig was

  • je gaf me rijles op het industrieterrein in Pijnacker. Het was een teken van vertrouwen, tegelijk kreeg ik daarmee een verantwoordelijkheid waarvan me afvraag of met me besproken was of ik daar klaar voor was

  • je schold me langdurig uit toen ik in het Deelerwoud de autosleutels naar je had gegooid en niet goed mikte, Mama hield zich afzijdig (we waren toen met vakantie in Hoenderloo of Epe, dus het zal rond 1970 zijn geweest)

  • je zei wel eens dat ik best lang was, maar ik moest nog wat breder worden. Ik weet niet hoe dat overkwam, ik kan me voorstellen dat het voor mij voelde als een nieuwe voorwaarde die aan mij gesteld werd voordat ik geaccepteerd zou worden

    Links vooraan mijn moeder, achter haar mijn vader. Rechts haar broer en diens vrouw.

  • Mama en jij wilden met mij praten (het zal rond Havo 3 zijn geweest), jullie vonden dat ik verbaal agressief was en de oplossing was dat ik meer aan sport moest gaan doen. Ik had wel begrip voor wat jullie zeiden, alleen was de oorzaak dat ik me zwaar ondergewaardeerd voelde en ook heel verward. Wat ik voelde was dat jullie niet goed voor me zorgden omdat jullie zo vaak dingen zeiden en deden die onnodig pijnlijk waren. Jullie vroegen niet wat ik ervan vond. En dat ik huilde, zelfs daar werd niet op ingegaan

  • toen ik solliciteerde bij de Politieacademie, in 1974 was me verteld: ‘ze gaan je vragen zo hard mogelijk in een veer te knijpen en dan vragen ze of je het nog een keer wil doen. Dan moet je zeggen dat je het al zo hard mogelijk hebt gedaan’. Je zei die ochtend tegen me dat ik mezelf moest zijn, dat klonk enerzijds geruststellend. Maar ik wist niet wat dat was, je had die uitdrukking nog nooit gebruikt. Nu heeft iedereen het erover, maar toen niet. Het heeft me die dag niet afgeleid, hoor, achteraf zat ik ermee

  • het zal bij tante O en oom Rzijn geweest, na de periode van de Vrije Hogeschool (april 1982) dat Mama en jij vertelden dat je weer met docent Ernst Amons over mij had gepraat. Dat had je niet eerder verteld en ik weet dat ik wanhopig vroeg waarom en waarover. Ik kreeg geen antwoord, alleen ‘blijkbaar is dat nodig en we zouden het weer doen’. Als ik er nu aan terugdenk vind ik het ergens afschuwelijk en ergens getuigt het van liefdevolle bedoelingen, als je denkt dat ik geen zelfbeschikkingsrecht heb en dan verantwoordelijkheid van mij gaat overnemen. Dat roept dan wel vragen op, zoals: welke verantwoordelijkheid kon ik volgens jou en Mama aan, hoe is dat vastgesteld en waarom werd dat niet met mij besproken, met wie is het wel besproken?
  • het zal ergens in 1983 zijn geweest dat je mij thuis had gebracht met de auto en ik je een liedje op een LP van Jos Brink liet horen over zijn overleden vader. Ik hoopte daarmee meer respect en waardering te krijgen door te laten zien dat ik een idee had wat er in je omging na het overlijden van je moeder. Je luisterde ernaar, terwijl ik mijn tas uitpakte, toen ik even niet oplette zat je te huilen en schreeuwde je ‘het is zo definitief’. Ik ben toen geschrokken bij je gaan zitten. Ik maakte me zorgen of je nog wel terug naar Pijnacker kon rijden, maar je zei dat het je goed had gedaan

  • je hielp me met klussen toen ik in de jaren negentig in mijn huidige huis kwam wonen. Je bent wel tien keer langs geweest om te helpen met gaten boren en kasten te monteren. Wat we toen hebben opgehangen en neergezet, gebruik ik nog steeds toen Mama mij aan de telefoon weer eens allerlei verwijten maakte, zei ik dat als ze niet redelijk zou worden ik het gesprek zou beëindigen. Ze zei toen dat ik aan het dreigen was en gaf de telefoon door aan jou. Toen ik jou vertelde hoe het zat toonde je ongeloof, maar je ging er niet tegenin. Je zei dat je niet wist wat er gebeurd was en dat vond ik heel zuiver

  • aan het eind van je leven ging Mama je verzorgen. Om haar te ontlasten heb je in 2001 een tijdje in het Reinier de Graaf in Delft gelegen. Ik kan me twee gesprekken daar herinneren. In het ene gesprek herhaalde je dat ik moest zorgen dat je thuis kwam, je wilde bij Mama zijn. Ik moest N bellen om te zeggen dat hij jou moest ophalen. Ik meldde aan de verpleging dat ik dacht dat je je einde voelde naderen en thuis wilde sterven. Ze zouden het bespreken. Achteraf gezien was het meer een paniekgedachte van mij, je hebt nog een paar maanden geleefd

  • het andere gesprek was heel opmerkelijk. Op ferme toon, terwijl angst van je gezicht was af te lezen, herhaalde je een aantal keer ‘iemand in ons gezin doet oneerlijk en onaardig, ik mag niet zeggen wie’. Ik dacht te weten wie je bedoelde en dat geeft me nog steeds opluchting en herkenning. Een jaar of twaalf later heb ik van alles met Mama uitgepraat. Ze is naast me op de bank komen zitten en heeft haar arm om me heen geslagen. Toen ontdekte ik dat ze wel degelijk van me hield en dat haar gedrag een uiting was dat ze het beste voor me wilde.

Met mijn vader op de bank in het huis in Pijnacker, waar ik opgroeide.

Aan het begin van deze brief schreef ik dat ik je heel graag meer steun had gegeven, met de kennis en het zelfvertrouwen van nu. We hebben allebei geworsteld met veel onzekerheid in ons leven. Ik omdat ik de instructies die ik voor mijn leven kreeg van jou en Mama als tegenstrijdig heb ervaren, waardoor er veel verwarring bleef bestaan. Hopelijk is deze brief onderdeel van een proces dat ertoe leidt dat het alsnog gaat gebeuren. Na 45 jaar van therapieën heb ik veel behoefte aan innerlijke rust. De brief aan Mama, waarover ik aan het begin van deze brief schreef, had al een louterend effect op me.

Als ik terugdenk aan jou had jij ook een bepaalde onzekerheid en jij kon er moeilijker over praten dan ik. Als ik iets naar jou anders had willen doen dan was het onderzoeken hoe ik het jou makkelijker kon maken om daar wel over te praten. Ik heb zelf ontdekt dat dit kan helpen om te groeien in het leven en dat gun ik jou ook heel erg. Misschien had het er ook mee te maken dat Mama soms een beetje dominant kon zijn, net als je beide zussen. Het was van Mama, van tante Ock en tante Bauk echt niet kwaad bedoeld, tegelijk kan het zijn dat jij weinig ruimte kreeg om vrij en vrolijk te leven volgens jouw waarden en normen. Ik denk dat het al jong begonnen is, als ik denk aan wat tante Ock schaterend vertelde, toen begon ik te beseffen dat het soms triest en pijnlijk geweest moet zijn voor jou.

Dat betekent trouwens allerminst dat we nooit gelachen hebben. In ons gezin hadden we allemaal veel humor! Na je dood heb ik met Mama ook nog vaak gelachen.

Ik zal nog iets vertellen over hoe het nu met mij gaat. Je hebt nog meegemaakt dat ik in de journalistiek ben beland. Ik ben nooit heel succesvol geweest, zeg ik altijd. Daar staat tegenover dat ik wel een boek heb mogen schrijven, dat is vier jaar na je dood uitgekomen. Het was een goed boek, ik sta erachter en ik denk dat de informatie nog steeds heel zinvol en actueel is. Helaas ontbreken allerlei technische ontwikkelingen, dus het wordt nauwelijks meer verkocht.

Ook mooi is dat ik een stuk of vijftig columns heb mogen schrijven, in de jaren negentig voor Gras, dat heb je nog meegemaakt. Een meer professioneel politiek blad was Locomotie, daar had ik later een column in die zelfs betaald werd. Ik heb een stuk of 15 afleveringen geschreven onder pseudoniem Snater, die hebben per stuk 300 euro opgebracht. Voor de langere stukken die ik schreef voor Locomotie kreeg ik per woord de helft. Afgelopen jaar mocht ik zeven columns aanleveren voor een prestigieus blad genaamd C en uitgegeven communicatievereniging Logeion. Niet betaald, wel eervol.

Zoals het tegenwoordig gaat: iedereen die denkt iets te zeggen te hebben schrijft blogs en publiceert die op internet. Dat zijn ook een soort columns, maar dan vaak wat langer en je bent zelf de uitgever. Jij hebt dat allemaal niet meer meegekregen aan het eind van je leven. Ik heb tientallen blogs geschreven, onder andere over vraagstukken rond communicatie. Ik heb er nog steeds plezier in om gedragingen te benoemen die goedbedoeld zijn met onbewuste drijfveren en waarvan de maatschappelijke gevolgen vaak desastreus zijn.

Vijf jaar geleden kreeg ik prostaatkanker. De operatie was een ingrijpende zaak, maar tot nu toe ben ik helemaal kankervrij gebleven.

Er is momenteel geen vrouw in mijn leven. Dat heeft voor- en nadelen, het maakt me in elk geval niet ongelukkig.

Je weet nog wel van de verjaardagskalender die jouw vader voor je moeder heeft gemaakt in 1917, met allerlei taferelen in silhouetten. Ik ben de mijne kwijt, maar bij het overlijden van tante Ock vond ik er weer een, omwikkeld met kettingpapier. Van Jan Auke mocht ik hem hebben, hij hangt nu in mijn wc, voorzien van een aantal namen. Jouw geboortedag en sterfdag staan er ook bij.

Dat was wat ik je nog wilde laten weten. Ik denk nog vaak aan je en wens je veel gemak en genoegen in de hemel. En ook vrijheid, zodat je niet meer wordt beperkt door de ballast die je voelde in je leven op aarde.

Liefs,

Rob

De Beaver was het toestel waarin mijn vader voor zijn werk vloog. Niet als piloot, maar als begeleider van studenten die proeven deden met stabiliteit en besturing. Ik heb ik mijn leven twee maal een vliegreis gemaakt, maar hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze talloze malen achter de stuurknuppel van een vliegtuig hebben gezeten? Dat deed ik met H en N in de Beaver, in de hangaar op Zestienhoven, thans Rotterdam The Hague Airport. Afbeelding: Jack Wolbrink, Luchtvaart déjá vu.

===

Reflectie

Omdat ik zeker wilde weten dat deze brieven constructief zouden overkomen heb ik ze vertrouwelijk voorgelegd aan twee vrienden, nog voordat ik overwoog de brieven online te zetten. Een ervan overleed enkele maanden later. Ik kan hem niet meer vragen zijn reactie in een commentaarveld te zetten en evenmin of hij bezwaar heeft tegen een citaat. In bedekte termen kan ik aangeven dat hij weinig warmte en waardering proefde, ook weinig soepele en ongedwongen contacten en ook weinig onderlinge steun. Hij gaf me in overweging dit erbij te zetten.

Afbeelding van David Mark via Pixabay.

Ik kan me zijn indruk voorstellen, anderzijds wil ik me onthouden van oordelen. En wat ik vooral miste was respect. Daarvan hieronder enkele voorbeelden.

De prijs van een cadeau

Voor het geven van cadeaus voor Sinterklaas (soms deden we dat met Kerst) werden altijd lootjes getrokken, met de opdracht een cadeau te vinden met een minimale prijs. Ik meen dat dit rond 20-25 gulden lag. Ik kreeg daar moeite mee, niet alleen omdat ik degene was die financieel vaak krap zat, maar ook omdat ik het altijd een uitdaging vindt om cadeaus te vinden die heel leuk en treffend zijn, en tevens voordelig. Bovendien vind ik het wat materialistisch om te denken dat een cadeau alleen goed is als het een minimale prijs heeft.

De reacties waren nogal afwijzend. Of ze bleven uit zodat ik zelf andere gezinsleden moest gaan bellen om te vragen of ze er over nagedacht hadden. Dan kreeg ik bijvoorbeeld te horen “Wij zijn het allemaal eens, dus jouw argumenten zijn niet relevant.” Of “Jij wilt voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.” Twee keer heb ik een gedicht moeten voorlezen, voordat ik mijn surprise uitpakte, waarin op een sarcastische toon werd gezegd dat ik ongelijk had. Zo moest ik maar bezuinigen op andere uitgaven en mijn vraag was niets anders dan ‘gezeik’. Daarna heb ik mijn aanwezigheid bij sinterklaasvieringen beëindigd, wat me niet in dank is afgenomen.

Paling in de soep

Wanneer ik het volgende vertel aan vrienden en kennissen roept dat vaak enig ongeloof op. Tijdens kerstdiners was mijn vegetarisme altijd weer een probleem. Ik werd voor de maaltijd vaak even apart genomen en dan kwam weer die mededeling: “Er zit paling/garnaal/makreel/rundvlees in … (meestal het voorgerecht), je kunt het er zelf uit halen. Je vindt het vast wel fijn dat ik het even zeg.” Ik kreeg daarbij vaak de indruk dat iedereen al lang op de hoogte was behalve ik zelf. In mijn dagboek over 1999 vond ik onlangs een aantekening dat ik weer kalm en alert moest blijven toen de gebruikelijke vegaproblemen zich voordeden. “H was vergeten dat er ham in de saus zat, hij had voor oom R een glutenvrije saus gemaakt, maar voor mij geen aparte saus.” Omdat ik altijd een buitenbeentje was en bang de verbinding met mijn familie te verliezen, ben ik pas gaandeweg meer assertief geworden. Familiebijeenkomsten ging ik niet uit de weg, ik denk dat het probleem zich sinds rond 2015 niet meer heeft voorgedaan, ruim dertig jaar nadat ik vegetariër werd.**)

Afbeelding van -Rita- via Pixabay.
 

Bijzonder was ook een verjaardag van mijn moeder, dat zal in of rond 2005 zijn geweest. Het werd groots gevierd in een zaal in een oude boerderij in Pijnacker. Met een traditionele Indische voorstelling en een weergaloos optreden van H die een rede afstak alsof hij een Indische grootheid was, met tal van rake toespelingen. Indische uitdrukkingen en prachtige humor. Een paar weken later hadden we een familieweekend in Groenlo. Tijdens een wandeling op zondagochtend met N en de vrouw van H kreeg ik te horen dat ik niet had meegeholpen. Ik zou alles aan H en N hebben overgelaten. Dat was pijnlijk en verwarrend: ik had alles gedaan dat mij was gevraagd en ik heb twee keer mijn hulp aangeboden om meer te doen. Daarop was niet met vriendelijke termen gereageerd. Toen ik dat inbracht was de reactie van N: "Je had die hulp op een andere manier moeten aanbieden." Op mijn vraag welke manier kwam geen antwoord. De herinnering aan dat weekend wordt gevormd door gezelligheid, een luxe bungalow met bubbelbad en deze enorme domper.

Vragen?

Tot slot nog twee vragen die zouden kunnen rijzen over dit blogstuk

Waarom staat deze tekst online, kun je dit niet binnen de familie oplossen?

Ik ben gewend te horen dat ik altijd onredelijk en ondankbaar ben. Het werd niet altijd letterlijk gezegd, het kwam er wel vaak op neer. De contacten waren soms heel gezellig, spontaan en zinvol, maar zodra er iets van bovenstaande problematiek tevoorschijn kwam leek het alsof de luiken dicht gingen. Daarom heb ik gekozen om feedback te vragen buiten de familiekring. Ik wil over deze ervaringen met vrienden kunnen uitwisselen, ruimhartig en spontaan. Het zou een drempel zijn als ze lid moeten worden van een FB-groep of een groep op Whatsapp om elkaars reactie te zien. Uiteraard wordt de link naar dit blog ook binnen de (directe) familie verspreid, via persoonlijke berichten.

Daarbij hoort ook de vraag ter sprake of ik hiermee de vuile was buitenhang. Dit blog gaat over feiten met de omringende gevoelens en behoeftes van mij. Ik heb voor de publicatie in kleine kring gecheckt of er verwijten of negatieve uitlatingen in staan. Dat bleek niet het geval. Er is dus geen sprake van vuile was en voor wie vindt van wel geef ik graag in overweging dat het mijn eigen was is. Als je die vuil wilt noemen is dat je goed recht, zoals het mijn recht is daar anders over te denken. Ik nodig je uit je mening hierover in een commentaar te vermelden.


Als kinderen meer veiligheid en plezier beleven, kunnen ze veel tot stand brengen. (bron afbeelding: Pixabay)

Verder is de impact van mijn blog beperkt. Abonnees en reacties ontbreken nagenoeg. Het totale aantal views over 15 jaar gaat weliswaar richting 30.000. Maar volgens de statistieken komen de meeste bezoekers uit de VS. Rusland is wat afgenomen, daarnaast komen er ook bezoekers uit Duitsland, Frankrijk en Singapore. Mijn blogstukken hebben dus weinig lezers. Dat blijkt na drie maanden ook uit onderstaande statistiek: 53 weergaven.


 

Twee jaar geleden heb ik voor de uitvaart van een tante nog een enorme botsing gehad in een discussie op Whatsapp. Mijn vragen wat er misging werden niet beantwoord. Het blijft dus pijn doen, het gevoel te worden gehoord is in familieverband nooit heel sterk geweest. De pijn wil ik leren loslaten, daarvoor is de verspreiding van deze brieven een belangrijke manier. Niet alleen binnen de familiekring ook daarbuiten, door de link naar dit blog te verspreiden. Dat gebeurt alleen in persoonlijke berichten, dus niet via openbare berichten op sociale media.

Heb je zelf geen fouten gemaakt?

In dit stuk kan iedereen zien dat ik mezelf niet heb vrijgepleit of verdedigd. Het is evenmin de bedoeling dat iemand zich aangevallen voelt. De woorden verkeerd en schuld komen in dit stuk niet voor, het woord fout alleen in een anekdote over mijn vader.

Verder denk ik dat ik al heel jong gevoelig was voor de veiligheid die van ouders mag worden verwacht en het gebrek daaraan. Ik moet toegeven dat ik een aantal keer mijn stem onnodig heb verheven en soms anderen verwijten heb gemaakt die onredelijk waren. Als kritiek meer openlijk was uitgewisseld, niet achter de rug om en niet zonder te luisteren, dan zou het voor iedereen een stuk prettiger zijn geweest. Daaraan wil ik graag een bijdrage leveren.

Het is niet mijn bedoeling dat ik van iedereen in alle opzichten gelijk te krijgen. Ik zoek aandacht voor wat ik wil en nodig heb en zorgvuldigheid bij het interpreteren daarvan. Zoals ik ook bij anderen probeer te doen. En als je het daarmee niet eens bent: het commentaarveld staat open.

En natuurlijk is het de bedoeling om in dit blog net zo goed te verwoorden waarover ik blij ben als waarover ik een teleurgesteld gevoel heb. Als die boodschap overkomt zou dat kunnen helpen om de (soms intense) huilbuien die ik nog steeds heb te overwinnen.

Als iedereen zich gehoord voelt heerst er vrede op aarde. Afbeelding van Avi Chomotovski via Pixabay.

==

Toevoeging aan blog Had je dat gehoord? een half jaar later (18 februari 2024)

Sinds de plaatsing op 8 augustus is dit blogstuk ongewijzigd gebleven, afgezien van de toevoeging van drie foto's: een over de humor van mijn moeder, een over het werk van mijn vader en een die aantoont dat de bezoekcijfers laag zijn, zoals verwacht. 

 Aan enkele vrienden stuurde ik de link naar dit blog, een drietal plaatste commentaar eronder. Mijn broers informeerde ik tijdens een gezamenlijke maaltijd daags nadat ik het stuk had geplaatst. Zij reageerden per mail. Daarvan hierbij een samenvatting:

  • belangrijk onderdeel van hun reacties was het verdedigen van mijn ouders. Ik heb laten weten dat het niet de bedoeling was iemand aan te vallen

  • ook stond in een reactie dat ik ‘omfloerste beschuldigingen’ deed. Mijn vraag om toelichting werd niet beantwoord, ik ga ervan uit dat deze term impliciet is ingetrokken. Helaas weet ik dat niet zeker, ik weet wel dat ik soms uitlatingen krijg die de indruk geven dat ik word gezien als een gefrustreerde querulant die in toom gehouden moet worden

  • een van mijn broers schreef dat bij mij sprake zou zijn van neurodiversiteit, toen ik antwoordde dat deskundigen hier nooit iets over gezegd hebben, werd de diagnose veranderd in autisme. Dat is wel eens aan de orde geweest, toen noemde een psycholoog het ‘onwaarschijnlijk’. Ik heb laten weten af te gaan op diens oordeel, daarna kwam geen reactie meer

  • belangrijk en heel positief was: mijn broers hebben geen enkel feit in twijfel getrokken en hun spijt uitgesproken.

Ze spraken ook beiden medeleven uit. Dat is natuurlijk ook positief, maar helaas kwamen ze daar nooit meer op terug en de herinnering daaraan wordt overstemd door de discussies over omfloerste beschuldigingen, neurodiversiteit en autisme. Ze hebben me nooit gevraagd of het zwaar was om dit allemaal op te schrijven, laat staan om het door te maken. En er is ook nooit aan me gevraagd of het schrijven van dat blog me goed heeft gedaan. Als zij een dergelijk stuk hadden geschreven zou ik zeker gebeld hebben met dit soort vragen en ik zou ook gevraagd hebben of het goed idee zou zijn om er nog eens over door te praten.

Wat ik fijn zou vinden is om verder te praten met mijn broers om leerervaringen op te doen vanuit openheid (ipv achter elkaars rug om), respect (oa. uitgaan van ieders positieve intenties) en gelijkwaardigheid. Langs die weg kunnen we hopelijk ook nog wat open eindjes bespreken, zoals:

  • de termen ‘verwijten’ en ‘omfloerste beschuldigingen’ die ik ontving in de 1e reactie op mijn blog en tevens de stelligheid van de termen de neurodiversiteit en autisme waarbij de verantwoordelijkheden voor wat er is gebeurd lijken te verschuiven
  • de discussie op Whatsapp na het overlijden van tante Ock, vlak voor de uitvaart

  • het gedoe met vegetarisch eten tijdens kerstmaaltijden
  • de prijs van Sinterklaascadeaus of nog wat andere situaties. We kunnen een keuze maken in overleg met elkaar en met degene die het gesprek gaat begeleiden.

Ook een voorval van een jaar of tien geleden zou ik nog heel graag ter sprake brengen. Een van mijn broers zei tegen mij dat hij zich veel zorgen maakte dat ik binnenkort geen geld meer zou hebben om de huur te betalen en dan uit mijn huis gezet zou worden. Hij herhaalde dat hij er echt over in zat. Ik reageerde er vrij rustig op, ik heb een paar vragen gesteld en daarna wist ik niet wat ik erover zou kunnen zeggen. Hij zei er ook niets meer over.

Achteraf gezegd had ik moeten vragen hoe hij aan die indruk kwam, maar ik was te zeer verbaasd en ik voelde me ook te kwetsbaar omdat zo’n vraag weer tot een diepe zucht zou kunnen leiden. En hij heeft blijkbaar zelf ook niet overwogen om mij te vragen of zijn indruk klopt, wat de oorzaak is, hoe een oplossing bereikt zou kunnen worden en wat hij daaraan zou kunnen bijdragen. Als hij er zo van overtuigd is dat dit een reëel gevaar is, waarom doet hij geen enkele poging om dit af te wenden? Als ik eraan terugdenk word ik er koud van.

Helaas zou ik niet weten welke stappen ik zou kunnen zetten om dat gesprek aan te gaan.

Er kwam na plaatsing van het stuk ook iets in mijn gevoel op, een combinatie van rust en kracht, omdat ik mijn waarden heb uitgedragen en waargemaakt. Ik heb dat nooit eerder van mijn leven ervaren. Ik merkte ook dat mijn hart meer ruimte voelt om te kloppen. Na de eerste mailwisseling met H en N voelde ik dat mijn hart zei ‘als je deze stappen niet had gezet, zou er een moment zijn gekomen dat ik het niet had volgehouden, dan zou ik het hebben opgegeven, omdat leven blijkbaar voor jou niet is weggelegd’.

Ik plaats op mijn sociale kanalen de laatste tijd met enige regelmaat berichten over seksueel misbruik. Het is niet zo dat ik dit heb ondergaan, het is wel zo dat ik een sterke verwantschap voel omdat slachtoffers vaak in een positie worden gebracht waarin alles wat ze zeggen ongeloofwaardig is zodat het misbruik lang kan doorgaan of in elk geval niet kan worden aangepakt. Zo blijven ze geïsoleerd, mikpunt van grensoverschrijding en misschien wel zondebok. In elk geval lijkt niemand geïnteresseerd in wat ze willen en nodig hebben.

 

Drie keer iets van mezelf. Het kind links verbeeldt hoe ik me soms voel. Ik neem het onder mijn hoede, het is een stukje van me. De persoon rechts toont hoe ik schijnbaar overkom, dus dat is ook een stukje van me. In het midden wie ik ben, degene die zijn leven vormgeeft, werkend aan een nieuwe visie nu het verleden in kaart is gebracht. Bron van de foto's links en rechts: Pixabay.

Rest de vraag of ik mijn broers van deze toevoeging aan het blog op de hoogte zal brengen. Ik denk het niet ... ze kunnen het zelf zien als ze hier terugkomen. En dat ze er nooit op terug zijn gekomen zegt misschien dat ze er geen belangstelling voor hebben. Afgezien nog van de kans op nieuwe discussies over omfloerste beschuldigingen en een diepe zucht waarmee gezegd wordt 'hou er nou eens over op'.

Voetnoten: 

*) De namen van mijn familieleden zijn in dit blog vervangen door de een letter, zo zijn H en N mijn broers.
**) Tot mijn verbazing gebeurde het op 12 augustus 2023 (enkele dagen na de plaatsing van dit blogstuk) weer dat mij een gerecht met vlees werd aangeraden. Blijkbaar had ik nog genoeg alertheid van vroeger over zodat ik ernaar vroeg en tijdig voor een ander gerecht koos.

 

 

 

 

 

 

donderdag 20 april 2023

Populaire vrienden

"Versiert Joey veel meisjes?" vraagt Rachel Green uit New York aan haar vriendin Monica Geller. "Heel veel", zegt Monica, "echt heel veel."
Rachel: "Oh ... en ik ben er een van. Wat een eer!"
Ze vindt dat ze niet bij Joey moet afspreken, als getrouwde vrouw. Helaas wint de behoefte aan avontuur, ze gaat toch. Haar eer wordt uiteindelijk gered omdat ze te veel drinkt en op de bank in slaap valt.

Daags daarna betrapt Rachel haar man met een ander in bed en beklaagt ze zich bij Ross Geller over de ontrouw van mannen. "We are sorry", zegt Ross zachtjes. Hij kijkt even schuldbewust als hoopvol, misschien wordt Rachel eindelijk verliefd op hem? Ross vraagt voorzichtig of ze zelf niet bij Joey op bezoek was. Rachel reageert eerst vinnig en erkent dan dat vrouwen niet beter zijn dan mannen. “Wil je dat tegen mijn ex zeggen?”, vraagt Ross, die net is gescheiden. Zijn vrouw ging verder in een lesbische relatie.

Fietstocht naar Brussel

Aan dit fragment uit de tv-serie Friends denk ik terug tijdens een fietstocht naar een expositie over de serie in de Brusselse Expohallen. Vanuit mijn hotel in Vilvoorde stroomt de Willebroekse Vaart links met me mee, terwijl vliegtuigen die opstijgen van luchthaven Zaventem in de verte mijn route kruisen. In Brussel rij ik langs het gigantische park rond het paleis van Laken en dan onder het Atomium door naar mijn bestemming op het Belgiëplein.

Markant: om de deurspion bij Monica zit een lijst met gekrulde hoeken.

Toegankelijk en getimed

Friends is een tv-serie die tien seizoenen heeft gelopen (in totaal 236 afleveringen) en ongekend populair was. Aanvankelijk in de VS en uiteindelijk wereldwijd. Onder de fans zijn beroemdheden als David Beckham, Lady Gaga en Malala Yousafzai. Qua huidskleur had de serie diverser gekund, maar allerlei taboes van toen, zoals seksuele voorkeur, partners van ongelijke leeftijd en draagmoederschap, werden met een combinatie van respect, nuchterheid en humor aangepakt. 25 jaar na de eerste aflevering zocht het Nederlands Dagblad in 2019 naar een verklaring voor het succes: het gaat om toegankelijke humor, herkenbare personages en vakkundig getimede grappen. Bovendien speelt de serie zich af in een wereld die relatief veilig en optimistisch is. Na de aanslagen op de Twin Towers in september 2002 was Friends zelfs de best bekeken serie van de VS.

Favoriet of niet? 

De zes hoofdrolspelers: vlnr Chandler, Rachel, Ross, Monica, Joey en Phoebe.

Voor wie de serie niet kent, hierbij de zes hoofdpersonages op een rij:

  • Chandler is een kluns, maar zakelijk heel succesvol en hij slaagt erin een gelukkig huwelijksleven op te bouwen met Monica. Hij maakt dwangmatig grappen en daar zijn goede grappen bij. In de wachtkamer van een slaapkliniek ontmoet hij aan het begin van de serie een vrouw die zegt dat ze praat in haar slaap. Zijn reactie: "Dat is toevallig, ik luister in mijn slaap." 
  • Rachel gedraagt zich als prinses, alsof de wereld haar adoreert zonder dat ze daarvoor iets hoeft te doen. Toch wordt ze iedere aflevering een stukje meer volwassen, uiteindelijk zelfs moeder. Wat ik niet kan verklaren is dat ze een centrale rol heeft in veel van mijn favoriete afleveringen (zie verder)
  • Ross is de broer van Monica, hij wordt regelmatig uitgelachen, maar laat zich niet van de wijs brengen. Wel verandert hij vaak radicaal van mening, dat dit vaak gebeurt om opportunistische redenen is hilarisch. Zijn verlangen naar een relatie met Rachel is een verhaallijn die duurt van de eerste tot de laatste aflevering (het loopt goed af)
  • Monica is dwangmatig bezig met schoonmaken en structureren, tegelijk is ze het meest volwassen in relaties en leert ze de steken onder water van haar moeder te doorstaan met assertiviteit 
  • Joey houdt alleen van eten en seks. Of dat lijkt zo want hij toont zich een ware vriend, bijvoorbeeld als Rachel dakloos dreigt te worden mag ze bij hem inwonen. Ze weet dat hij zijn versierdrift zal inhouden en hij maakt dat waar. Als Phoebe tijdens haar zwangerschap vlees wil eten en zich daar schuldig over voelt, biedt hij aan om tot de bevalling vegetarisch te leven. Zijn uitspraken blinken soms uit in domheid, tegelijk bewijst hij dat seksuele intelligente een heel andere tak van sport is: hij wordt door vrouwen voortdurend beloerd en begeerd
  • Phoebe is wispelturig, vrolijk, eigenwijs, vol uitspraken die even paradoxaal als ondoorgrondelijk zijn en soms vooral waar.

Echt Phoebe.
Rachel in haar zoektocht naar economische zelfstandigheid.

De pukkel is kwaad

Rond mijn bezoek aan de expositie vroeg ik me af welke afleveringen en verhaallijnen voor mij het meest markant zijn. Daar kwam deze lijst uit: 

  • Rachel beschuldigt Ross dat hij haar versierd heeft met een zwangerschap tot gevolg. Tijdens de aflevering moet Rachel erkennen dat zij zelf het initiatief heeft genomen. De seks werd genoten op een salontafel met de trouwkaarten van Monica en Chandler. "We hebben het niet gedaan op de verzonden kaarten", is een poging tot geruststelling, waarna iedereen kijkt naar een ingelijste kaart 
  • Monica, Phoebe en Rachel staren onder het bedwelmende genot van sangria naar een aantrekkelijke buurman. Je vraagt je als kijker af hoe het hem lukt om vrouwen zo te laten smachten, terwijl hij dat zelf niet eens weet 
  • Monica gaat winkelen met Julie die door Rachel als rivale wordt gezien. Als Rachel er achter komt probeert Monica zich eruit te redden met alom bekende uitspraken die overspel vergoelijken: "Het stelde niets voor ... ik dacht de hele tijd aan jou." 
  • de ouders van Rachel liggen ruziënd in scheiding en ze komen beiden naar haar verjaardagsfeest. De vrienden moeten capriolen uithalen en inventief liegen om te voorkomen dat de twee elkaars aanwezigheid te weten komen. Joey beneemt het zicht van de moeder door haar een zoen op de mond te geven, waarna zij beduusd zegt dat ze nog nooit zo'n leuk feestje heeft meegemaakt. Monica, die saaie spelletjes organiseerde, zegt dan blij "Thank you!" 
  • Rachel vraagt of iemand een date voor haar kan regelen die meegaat naar een feest bij haar werkgever. Monica en Chandler vinden iemand en Phoebe ook, waarna beide partijen strijden wiens protegé de leukste is. Via kinkuiltje, mooi haar, mooie tanden, kan grapjes maken, doet vrijwilligerswerk en rijkdom, komen ze uit bij ruikt lekker. Dan vraagt Monica aan Chandler met een mengeling van ongerustheid en sarcasme: “Wil je hem voor jezelf?” In stamkroeg Central Perk krijgen beide kandidaten elkaar ongewild te zien, wat de consternatie compleet maakt 
  • Monica en Phoebe verzorgen een onbekende man die buiten bewustzijn in een ziekenhuis ligt. Dat ze hem allebei leuk vinden geeft onderling wantrouwen en rivaliteit. Als de man ontwaakt zegt hij weinig meer dan “Misschien tot ziens.” Dan worden ze verenigd in hun verontwaardiging over de ondankbaarheid van mannen. Onder het spuien van venijn gaan ze er eendrachtig vandoor 
  • Ross heeft een rare pukkel op zijn rug waar artsen geen raad mee weten. Dan gaat hij, volkomen in strijd met zijn principes, naar een alternatief genezer. Die krijgt de pukkel weg, onder het uitroepen van charlatankreten als "We hebben het nu kwaad gemaakt"
    Enkele fragmenten uit de serie afgebeeld op posters.
  • Terwijl zijn relatie met Monica steeds serieuzer wordt, ontdekt Chandler dat haar ouders een hekel aan hem hebben. Hij komt te weten dat Ross hem lang geleden onterecht heeft beschuldigd. Uiteindelijk wordt hij gerehabiliteerd en vestigt hij definitief zijn reputatie met een geniale oneliner
  • Chandler denkt dat Monica een borstvergroting wil laten uitvoeren en hij benadrukt in bedekte termen dat dit nergens voor nodig is. Zij begrijpt er niets van en de misverstanden stapelen zich op. 
De pui van de stamkroeg.
De keuken van Monica.

Kolder met compassie

Het bovenstaande citaat uit Nederlands Dagblad klopt: de humor is laagdrempelig. Tegelijk vind ik de humor op een diepere laag heel geraffineerd en intelligent, omdat de voorspelbaarheid van running gags wordt gecombineerd met onvoorwaardelijke compassie en intense kolder. Na een keer of acht ken ik de meeste afleveringen wel zo'n beetje en toch zit ik minstens een kwart van de tijd onbedaarlijk te lachen om geniale grappen die vaak een nuancering hebben zodat er ook nog diepgang is. Hoe krijg je het bij elkaar verzonnen?!

Botsende ongemakken

Wat me verder fascineert de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Bij de meeste komische series worden alleen mannen te grazen genomen, bij Friends wordt de gelijkwaardigheid die vrouwen terecht nastreven waargemaakt. Alle zes personages worstelen in gelijke mate met hun ongemakken,dat voelt voor mij geruststellend. Omdat die ongemakken steeds in verschillende combinaties met elkaar botsen, ontstaat er ook veel verrassing. 

Een outfit van Ross.

Duiding en rangorde

Iets wat zoveel bewondering en fascinatie oproept is het waard om een bezoekje aan Brussel te brengen, in de verwachting dat de expositie mijn beleving verdiept. Ik merk dat het bezoek inderdaad een extra dimensie geeft aan wat ik weet over de serie. Tot nu toe was dat vooral subjectief, gebaseerd op mijn gevoel en op teksten van Comedy Central die willen dat ik naar een aflevering kijk. Hier lees ik meer beschouwende teksten die feiten toevoegen, duiding geven en rangorde scheppen in mijn subjectieve wereld. 

Ruiken en tasten

Ook kreeg ik meer een totaalbeeld, doordat ik niet alleen uitspraken en intonatie hoor, met beelden in een plat vlak, maar ook de ruimte kan voelen. Al was de kleur van de fauteuils van Joey en Chandler veel donkerder dan in de serie (en de keuken van Monica juist minder donker), het was wel heel levensecht om er middenin te staan. Ik heb op de bank in Central Perk gezeten! Jammer dat ik niet meer mijn tastzin heb gebruikt en heb geroken aan het meubilair. Hoewel ... dit kan niet het originele decor van de opnames zijn geweest! Zo kwam ik in de Brusselse buitenlucht weer met mijn benen op de grond terecht. 

 Enkele links