zondag 14 augustus 2011

Bronbeek tussen koude douche en warm bad

Monument voor de Japanse
vrouwenkampen 'Onversaagd en
ongebroken'. Locatie: Bronbeek,
maker: Frank Nix.
Het verhaal van Indië. Zo heet de vaste expositie in het museum van herinneringscentrum Bronbeek. De titel frappeert me direct: zou het denkbaar zijn dat de gemeenschappelijke geschiedenis van Indonesië en Nederland, wordt gevat in één verhaal met één interpretatie? Het maakt een wat krampachtige indruk, zoals vaker wanneer Nederland met pijnlijke elementen uit de eigen geschiedenis wordt geconfronteerd. We zijn geneigd heen en weer te slingeren tussen ontkenning van feiten en anderzijds een totaal schuldgevoel. Alsof alle fouten door ons zijn gemaakt. Waar zit het evenwicht?

Alleen al de oorlog telt naar mijn schatting duizenden verhalen die nog niet zijn gehoord en die ik dus ook niet ken. Ik ben kind van na de oorlog, mijn ouders zijn in Indië geboren uit Nederlandse ouders die naar de Gordel van smaragd waren vertrokken om daar een bestaan op te bouwen, ten dienste van hun vaderland. Heel jong ontdekte ik woorden als kumpulan (gezellig samenzijn), selamat makan (eet smakelijk) en pienter busuk (sluw).

Huispersoneel
Zoals iedere Nederlander hadden mijn ouders in hun afzonderlijke gezinnen indertijd huispersoneel: een babu (kindermeisje), een djongos (bediende) en een kokkie. Dat moet een enerverend bestaan zijn geweest in zo’n mooi land, terwijl een vergelijkbaar gezin in Nederland zich geen personeel zou kunnen veroorloven. Mijn moeder heeft onlangs nog benadrukt dat de loyaliteit van het huispersoneel (die mede was gebaseerd op dankbaarheid voor de kans om te ontsnappen aan armoede) werd beantwoord met respect. Dat sluit aan bij de indruk die ik al gevormd had. Als in de omgang met personeel geweld zou zijn gebruikt of als hun lagere sociale status een rol had gespeeld, dan had ik dat zeker geproefd in wat erover door de jaren heen werd verteld. Overigens hadden ook welgestelden onder de lokale bevolking huispersoneel.

Terwijl ik op Bronbeek rondloop, krijg ik de sterke behoefte een evenwichtige mening te ontwikkelen over het onderwerp van deze expositie, gebaseerd op kennis van de meest relevante feiten en op respect voor de behoeften, de intenties en de beleving van betrokkenen. Allemaal: van mijn familie tot de samenstellers van de expositie en van de militairen die ter plaatse hebben gediend tot en met degenen die we tegenwoordig klokkenluider noemen omdat ze misstanden aan de kaak stellen.

Huwelijksbed
Een prominent stuk op de museumvloer is een huwelijksbed. Indiëgangers zullen de guling herkennen, een rolkussen tegen transpiratie, en natuurlijk de klambu. Op een paneel staat dat de bruid van dit huwelijk (waarmee Indië wordt bedoeld), niet ten huwelijk werd gevraagd ‘ze is gedwongen’. Het valt me op dat er niets staat over de wijze waarop de bruid het huwelijk heeft beëindigd.

De tentoonstelling telt zes zalen:
  • De onderneming 1595–1817, over de VOC-tijd
  • Het wingewest 1817-1914, over de Nederlandse handelsgeest die botste op weerstand van de inheemse bevolking
  • Het Rijk 1914-1942, over het beleid van de Nederlandse overheid in een steeds complexer krachtenveld
  • Oorlog 1942-1945, met objecten en persoonlijke notities van geïnterneerden die getoond worden in vitrines, lades en onder glasplaten op de grond
  • Revolutie 1945-1949, over de strijd voor onafhankelijkheid
  • Nieuwe grond 1949-heden, over de soevereiniteit van het nieuwe land Indonesië.
Monument voor de Japanse jongenskampen,
een jongen met een 'patjol'.
Locatie: Bronbeek, maker: Anton Beysens.

Expansiedrift en extremisme
Ik leer over bevolkingscijfers, oorlogen, uniformen, details over naoorlogs geweld en onderhandelingen over onafhankelijkheid. Erg interessant is dat in de periode tussen beide wereldoorlogen niet alleen sprake was van een economische crisis, maar ook van een toenemende roep om autonomie en Japanse expansiedrift. Het kon bijna niet goed aflopen, zou je zeggen, maar alle signalen daarvan werden door de Nederlandse overheid genegeerd. Dat deze overheid iedere vorm van oproer met harde hand bestreed was misschien te verwachten, maar het was gewoon dom en onethisch om vredelievende uitingen van behoefte aan zelfstandigheid te bestraffen. Dat heeft talentvolle toekomstige politici in de armen van extremisten gejaagd. Aan het eind van dit blogstuk staat daarover een gedicht.

Het moet heel veel werk zijn geweest om deze expositie samen te stellen. Een stortvloed aan informatie comprimeren tot een overzicht in zes zalen met schilderijen, objecten, panelen en video’s is een hele prestatie. Bovendien waardeer ik de intentie om te reflecteren op het verleden en de moed die nodig is om een confrontatie aan te gaan met de minder prettige onderdelen daarvan. Ik lees op internet hier en daar positieve reacties, met uitingen van herkenning.

Legitimering
Aan de andere kant ervaar ik een gebrek aan evenwicht en volledigheid. Zo lees ik over de Atjehoorlog de Indonesische kant, maar niet de Nederlandse. Ik zie wel bij de Java-oorlog beide versies, maar die zijn rationeel van inhoud met feiten die grotendeels overeenstemmen. Ik denk dat een oorlog alleen ontstaat op basis van emotie over een uiteenlopende interpretatie van feiten en belangen. Op de website van het museum staat dat Europese mannen krijgsgevangen werden gemaakt. Er staat niet dat vrouwen en kinderen ook in concentratiekampen werden gezet. Alle jongetjes werden op de leeftijd van hooguit veertien jaar naar een mannenkamp gebracht, hun moeders wisten niet welk. Naar wat ik van mijn ouders heb begrepen waren alle westerlingen dagelijks in levensgevaar door de willekeur en de machtswellust van Japanse kampbewakers. Het is alsof degenen die meededen aan het kolonialisme en hun nabestaanden zodanig besmet zijn geraakt dat het niet de bedoeling is om te luisteren naar hun beleving en hun behoeftes. Zij hebben dat sinds de oorlog al een aantal keer ervaren en dat blijf ik vreemd vinden want volgens mij deed iedereen mee aan het kolonialisme, althans bijna iedere Nederlander legitimeerde een democratisch gecontroleerde regering die er leiding aan gaf.

Bloemen bij het herdenkingsmonument
op Bronbeek.
Opmerkelijk is trouwens een toespraak van Paul de Groot over het Nederlandse koloniale beleid, die op de tentoonstelling wordt gememoreerd. Ik lees niets over de tegenstrijdigheden in zijn standpunt, zoals weergegeven op de website van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Evenmin wordt duidelijk waarom een moreel oordeel van De Groot voor deze tentoonstelling relevant is, gezien zijn levenswandel. Hij is voor zover bekend nooit in Indië geweest, steunde tijdens de oorlog aanvankelijk de Duitse bezetter, bleef als leider van de Communistische Partij Nederland langdurig op de hand van Stalin en liet partijgenoten die streefden naar interne democratisering afschilderen als naoorlogse nazi’s.

Oerbos
Een familielid met wie ik over de tentoonstelling rondloop, vertelt dat de nationalisten zeer gewelddadig waren, vooral tijdens de zogenaamde Bersiap-periode, toen ze kort na de oorlog enige maanden moordend door het land trokken. “Westerse kinderen werden gemarteld, terwijl inheemse kinderen rondliepen met wapens en werden geprezen voor het schieten op blanken. De Indonesiërs zijn een heel vriendelijk volk, maar als ze worden opgehitst, dan kan hun woede uit de hand lopen. De wijze waarop Sukarno sprak over Nederlanders deed niet onder voor de manier waarop Hitler de joden afschilderde. En terwijl tijdens het Nederlandse bewind alle grond aan de Staat toebehoorde, kregen na de machtsovername de president en zijn generaals grote landerijen toebedeeld. Het oerbos op Borneo is voor het overgrote deel vernietigd omdat Japan palmolie nodig had.”

Ik krijg de indruk dat de samenstellers van de tentoonstelling zich vooral ten doel hebben gesteld om voorgoed af te rekenen met de PR-praatjes van het kolonialisme. De vraag is dan voor wie dat is bedoeld, want volgens mij zijn maar weinig Nederlanders trots op dat verleden. Ik wist in elk geval wel dat geweld structureel werd ingezet om Nederlandse economische belangen te dienen, ten koste van de inheemse bevolking. Ik schaam me ervoor dat dit in naam van mijn volk is gebeurd. Ik hoop dat Nederland en Indonesië bereid zijn met elkaar te bespreken of elementen van het verleden nog rechtgezet moeten worden, in beide richtingen, en hoe dat kan gebeuren. Waar ik me niet voor schaam is de rol die mijn familieleden hebben gespeeld. Ze waren niet betrokken bij geweldplegingen en ze deden hun werk uit loyaliteit aan hun vaderland dat profiteerde van de economische voordelen en waar bijna niemand oog had voor mogelijke nadelen.

Weerzinwekkend - normaal
Bovendien ben ik voorzichtig met oordelen over individuele intenties en gedragingen. Het kolonialisme was een systeem met weerzinwekkende kanten, maar het was wel volstrekt ‘normaal’. De enkelingen die ertegen in opstand kwamen, maakten weinig indruk, ze konden gemakkelijk door het systeem gemarginaliseerd worden. Om een vergelijking te maken: vandaag de dag gebeurt hetzelfde met maatschappijvernieuwers, zoals voorvechters van de natuur en strijders voor mensenrechten in landen waarmee Nederland nauwe betrekkingen heeft. Dat onze beschaving het milieu vervuilt onder het mom van welvaart en werkgelegenheid, leidt tot de uitroeiing van talloze levensvormen. Dat dit gebeurt is een collectieve keuze op basis van een maatschappelijk axioma. Ondanks mijn bezorgdheid denk ik dat het wijs is om geen oordeel te vellen over de individuele keuzes die in een dergelijke situatie worden gemaakt. Alleen al omdat ik hoop dat toekomstige generaties mildheid zullen betrachten in hun oordeel over de samenleving waarvan ik deel uitmaak.

In het bovenstaande heb ik benoemd wat ik goed vind aan de expositie en wat ik minder goed vind. Nu is het tijd voor enkele suggesties om de minpuntjes aan te pakken. Ik zou als bezoeker van deze tentoonstelling meer tevreden zijn als ik antwoord kreeg op een of meer van de volgende vragen:
  • wat waren de motieven, verwachtingen en ambities van degenen die naar Indië reisden om een nieuw bestaan op te bouwen?
  • wat hebben ze daarvan kunnen realiseren?
  • waren ze trots op wat ze deden en bereikt hebben? Wat vinden we daar achteraf van?
  • wat was (ter plaatse en in Nederland) bekend van de misstanden?
  • hoe heeft Nederland zich als koloniale macht gedragen in vergelijking met andere landen?
  • wat valt er vandaag de dag te leren van onze koloniale geschiedenis?
  • welke dilemma’s doen zich in vandaag de dag nog steeds voor en hoe worden deze door betrokkenen ervaren?
  • hoe verkrijgen en onderhouden we deze kennis?
  • hoe weten we of we serieus bezig zijn deze lessen in de praktijk ook toe te passen?
  • hoe verloopt deze toepassing bij het optreden van Nederland in de derde wereld bij economische activiteiten (is kinderarbeid een nieuwe vorm van kolonialisme? Wie profiteert ervan? Hoe staat het met de bestrijding?), bij ontwikkelingswerk (hoe maken we dit effectief?), bij militaire en politionele operaties (Srebrenica, Uruzgan, Kunduz, Somalische kust).

Emoties
Ik kom termen als indianisatie en ethische politiek tegen op de expositie en de website. Maar deze worden eigenlijk alleen aangestipt, voor de betekenis en de praktische uitwerking heb ik internet geraadpleegd. Meer aandacht voor deze termen die een rol hebben gespeeld in het Nederlandse beleid zou ik waarderen.

Verder vind ik het een heel goed idee om bij een oorlog (minstens) twee versies te geven, zoals op de tentoonstelling gebeurt bij de Java-oorlog. Het lijkt mij van belang om hierbij niet alleen feiten rationeel weer te geven en deze aan te vullen met emoties. Vanuit mijn vakgebied als tekstschrijver denk ik dat dit het best kan gebeuren in de vorm van een citaat. De huidige tekst, waarin onder meer staat dat Atjehers niets voelen voor bemoeienis van Nederland kan dan bijvoorbeeld vervangen worden door: “Wij voelen er niets voor dat Nederland hier militairen stationeert en wetten oplegt.” etc.

Luisteren
Enerzijds vervult Bronbeek de prachtige rol van museum, herinneringscentrum en tehuis voor veteranen van het KNIL. De kumpulan krijgt hier een warm bad tijdens de gamelanconcerten, de reunies en de culturele programma’s. Tegelijk vermoed ik een koude douche voor sommigen. Ik kan me althans het gevoel van mijn familieleden goed voorstellen dat er voor de zoveelste keer wordt geoordeeld zonder te luisteren. Ik denk dat we dat wél moeten doen. Ik denk dat het wijs is om te luisteren naar moslims, majorettes, molukkers en motorrijders. Naar boeren, burgers, bakkers en buitenlui. Naar vluchtelingen, vliegeniers en vloerleggers. Ook degenen die gehavend uit de oorlog in Azië terugkwamen in hun vaderland (en hun nabestaanden) hebben compassie nodig. Zij snakken naar een samenleving waarin ze zich veilig en gewaardeerd kunnen voelen, al tientallen jaren. Daarna kan er gesproken worden over wat er toen goed en fout ging, met de daaruit te trekken lessen.

Een mogelijke les wordt voor mij mooi verwoord in een gedicht S.E.W. Roorda van Eysinga in de expositiezaal Het wingewest. Wat meer respect op beleidsniveau zou ertoe bijgedragen hebben dat het huwelijksbed op de museumvloer liefdevol werd beslapen, met een vruchtbare samenwerking tussen beide regeringen, culturen, economieën en volken.

Al met al
De expositie Het verhaal van Indië kent veel positieve kanten, tegelijk ervaar ik een gebrek aan evenwicht en volledigheid. Zo gebruikelijk als het in de koloniale tijd was om vooral geen vraagtekens bij dit systeem te zetten, lijkt het vandaag de dag politiek correct om verwijten te maken (terwijl in feite iedereen erbij betrokken was). En dat zou dan een reden zijn om de aspiraties en ambities van anderen, hun trots en pijn te negeren, ten gunste van degenen die menen een gemakkelijk oordeel te mogen vellen. Ik pleit voor een nieuw inzicht in het perspectief van dit onderwerp: het verleden constructief hanteren voor de toekomst met een dialoog in alle richtingen, door het uitstellen van een oordeel tot de feiten en emoties zijn uitgewisseld. Voor ongebreidelde compassie en respect, tegen woede en wanhoop.
Het Indisch Monument in Den Haag, waar op 15 augustus de jaarlijkse
herdenking plaatsvindt van de Japanse capitulatie in 1945,
maker Jaroslawa Dankowa. Voor velen is dit monument
een belangrijk begin van erkenning van het leed dat
in de kampen is toegebracht. 





















De namen van de makers van de diverse monumenten vindt u in de bijschriften. De foto's van de monumenten zijn gemaakt door de auteur van dit blogstuk.

Links
  • de website van de expositie Het verhaal van Indië
  • foto-impressie van de expositie
  • pagina op de website Tweedewereldoorlog.nl over Indië
  • website Indië in de oorlog
  • over het mislukken van de 'ethische politiek' en de redenen daarvoor staat m.i. zinvolle informatie in een document van KIT, op Wikipedia, op de website van Scribd en in een recensie van een boek van H.W. van den Doel op  website van KNHG
  • een leuke website om de Indonesische taal te ontdekken is Indonesischetaal.nl 
  • een website met een grote variëteit aan blogs over Indië is Indisch4ever 
  • de website van het Indisch Monument in Den Haag
  • cabaretier Diederik van Vleuten vertelde bij Pauw & Witteman op 15 februari 2012 over zijn programma Daar Werd Wat Groots Verricht. Daaruit maakte ik op dat de strekking ervan vergelijkbaar is met de bedoeling van dit blogstuk: ondanks alle fouten zijn er in Indië ook veel mooie herinneringen en goede intenties geweest. Het NOS-journaal besteedde aandacht aan zijn voorlopig laatste optreden voor deze voorstelling die weer gaat draaien in 2014
  • een document waarvan ik ervaar dat de intenties en conclusies vergelijkbaar zijn met die van mijn blogstuk is het gedocumenteerde boekwerk The Devil's Grin (Duivelse Grimas) van de naar Canada geëmigreerde Nederlander Toni Harting. Een gratis pdf-versie van dit boek is aan te vragen via zijn website: http://toniharting.com/.

1 opmerking:

  1. Dag Rob,

    Interessante beschouwing waar ik me zeker in kan vinden. Toen de expositie net was geopend heb ik er een rondleiding gehad met de samensteller van de tentoonstelling: Mark Loderichs.
    Ik heb de expositie dus iets anders beleefd omdat ik er tekst bij had van een historicus die zelf ook zeer kritisch naar het koloniale verleden heeft gekeken.

    Groeten van Bas

    BeantwoordenVerwijderen