maandag 20 augustus 2018

Hoezo 'Komt goed'?

Vooropgesteld: alle reacties op mijn bericht van vorige week waren hartverwarmend. Ik had de vijfde bloedproef ondergaan na de prostaatoperatie, een gebruikelijke test of kanker opnieuw de kop zou opsteken. En dan leef je een paar dagen in een soort spanning. Dat er spanning was merkte ik omdat ik vandaag na de uitslag veel chocola nodig had. 

Komt goed

Eén reactie was blijven haken in mijn gedachten: Komt goed. Bedoeld als Sterkte, Maak je geen zorgen. En daar ben ik helemaal voor. Ik heb ook begrepen dat uit onderzoek blijkt dat mensen met gezondheidsklachten behoefte hebben aan optimisme.

Prognose bij kanker

Tegelijk klinkt het als een belofte die je niet eens kunt waarmaken als je de prognose kent of veel ervaring hebt met de behandeling van prostaatkanker. Dat praktisch niemand zo'n uitspraak kan doen leidde mij af van het proces dat ik moest doormaken in de dagen tot de uitslag. Mijn uitgangspunt was altijd: puur bij de feiten blijven. Zo lang ik de uitslag niet ken, heb ik er ook geen enkele gedachte over. Daarna ga je de feiten onder ogen zien en de eventuele keuzes in kaart brengen. het

Zuiver blijven

Wat ik dan vooral nodig heb is steun bij mijn behoefte om zuiver te blijven. Zodat ik in mijn kwetsbare positie zicht heb op alle relevante feiten die op dat moment bekend zijn. Dat helpt mij om volledig open te staan voor nieuwe informatie en die als realiteit te accepteren. Zoals in dit gezegde.

Wat dan wel?

Wat ik dan zoek is eerder een vorm van vragenstellen dan het wekken van verwachtingen. Bijvoorbeeld: wat heb je nodig?, kan ik wat doen? of wat is nu voor jou nu het belangrijkste?

Er zullen weer loze beloftes komen

Ik ga trouwens niemand vragen om hier voortaan rekening mee te houden. Alleen al omdat het zo goed bedoeld was. Bovendien is het een onhaalbaar communicatiedoel. Het is niet te voorkomen dat er een volgende keer ook weer goedbedoeld uitlatingen worden gedaan die voor mij voelen als loze belofte.

Uitslag

Oja en de uitslag. De zogenaamde PSA was voor de vijfde keer lager dan 0,04, dat wil zeggen: onmeetbaar laag. Beter kan niet.

Ik blijf onder controle. Het onderstaande beeld zal zich rond de jaarwisseling opnieuw voordoen. 


dinsdag 31 juli 2018

Sublime Bos maakt me super blij

"Veel mensen willen graag iets goeds doen voor de wereld, dit maakt het makkelijk om ook echt in actie te komen." Dat zegt ondernemer en filosoof Erik Hallers (onder meer eigenaar van radiostation Sublime FM), in Staatsbosbeheer Magazine over zijn project Sublime Bos. Particulieren en bedrijven kunnen daarin een boom adopteren. Ik was heel benieuwd en ben gaan kijken.


Crowdfunding

Het onderhoud van het bos wordt gefinancierd door Buitenfonds, een stichting die gelieerd is met Staatsbosbeheer. De crowdfunding hiervoor vond plaats met steun van radiozender Sublime FM. Tot het onderhoud behoort blijkbaar niet de aanpak van Japanse Duizendknoop. Gelukkig staat die maar op een klein gebied en zorgt de natuur daar zelf voor.
Ook subliem: zelfs de Japanse Duizendknoop op de achtergrond heeft last van de droogte.

Groeiende behoefte aan stilte

In het artikel zegt Hallers dat hij groot ontzag heeft voor wat de natuur in miljoenen jaren tot stand heeft gebracht en dat we als mensheid veel van de natuur kunnen leren over herstelvermogen en continuïteit. Daarnaast voorziet de natuur voor hem in een groeiende behoefte aan stilte. Dat hij als ondernemer met deze materie bezig is verklaart hij uit een zoektocht naar evenwicht tussen de harde en de achte kanten van zichzelf. Hij noemt dat 'de kwantitatieve en de kwalitatieve kant'.

Kan een bos niet-subliem zijn?

Dat vind ik enorm interessant, tegelijk roept de naam Sublime Bos weerstand bij me op. Die lijkt bedacht door marketeers zonder enige kennis van ecologie of interesse voor een bos. De term klinkt enerzijds commercieel en pretentieus, alsof het profileren van de sponsor de hoogste prioriteit is. Bovendien klinkt het ook heel vaag: zijn de bomen, torretjes, wormen en vlinders hier subliemer dan elders? Kan een bos niet-subliem zijn?
Deze zwavelzwam doet het ...
... in elk geval heel goed (4 dagen later).

Bescheiden en dienstbaar

Het bos begint bij een groot bord tegenover eetcafé Buiten in de Kuil, nabij kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche. Waar het eindigt heb ik niet kunnen ontdekken, ook voorbijgangers weten dat niet. Wat blijft is dat ik de intenties heel boeiend vind. Ondanks de pretentieuze naam van het bos wordt hier heel bescheiden en dienstbaar gewerkt aan de toekomst van onze leefomgeving. Daar word ik blij van, het is dus een Blijmaak Bos. Als we de sponsor nog iets ter wille zijn: een SUper BLIJMaak Bos. 

Passie en urgentie

Dus zo vaag als de naam, zo concreet is de functie van het bos voor wie meedoet, Het is inderdaad een laagdrempelige manier om iets te doen voor de continuïteit van onze leefomgeving. In verbondenheid met anderen die dezelfde combinatie voelen van urgentie en passie.


maandag 23 oktober 2017

MeToo-manifest voor veiligheid en respect

Ook een man kan #MeToo zeggen

Minister Bussemaker vroeg mannen mee te doen aan de discussie MeToo. Onderstaand manifest is een poging daartoe, geschreven als uiting van respect voor vrouwen en erkenning van hun behoefte aan veiligheid. 

Gehoord en beantwoord

Na plaatsing op Facebook en Twitter wil ik graag de discussie bundelen zodat alle ideeën en emoties gehoord en beantwoord kunnen worden, ook voor wie niet op Twitter of FB zit. Daarom een blog.

Opkomen voor een vrou

Belangrijkste vraag voor mij is hoe we punt 5 realiseren. Hoe maak je als man kenbaar dat je (onvoorwaardelijk) voor een vrouw opkomt als dat nodig is? Ik hoop natuurlijk dat dit blog veel reacties krijgt, vooral over dat laatste punt.

De inhoud van het manifeest

Klik op het plaatje om het geheel te zien.

White Ribbon

Na publicatie van de bovenstaande tekst op 23 oktober 2017, hoorde ik van de campagne White Ribbon met een oproep aan mannen om deel te willen zijn van de oplossing. Er is zelfs een blogmarathon waar mannen zich uitspreken "tegen geweld tegen vrouwen". Die woorden riepen bij mij even weerstand op. Natuurlijk ben ik er niet tegen, wel geef ik de voorkeur aan een positieve formulering: voor respect en veiligheid voor vrouwen.

Geweld en seksualiteit

Als pacifist heb ik geen enkele moeite om de grenzen van fysiek geweld te bepalen, veel moeilijker vind ik dat rond seksualiteit. Daarover kwam ik met een paar nieuwe reflecties die ik op 8 februari als volgt heb verwoord.

Goede manier

Mijn blog werd geplaatst in de blogmarathon met als onderschrift
De steunbetuiging die in het kader van de White Ribbon Campagne is opgesteld – “Ik zal nooit geweld tegen vrouwen plegen, het nooit goedpraten en er nooit over zwijgen.” – is een andere manier om je uit te spreken tegen geweld tegen vrouwen. 
Het woord andere in de laatste zin kan ook worden vervangen door: goede.

Grenzen overschrijden

Alleen blijf ik piekeren over de belofte dat ik door het onderschrijven van White Ribbon verklaar dat ik nooit geweld tegen vrouwen zal gebruiken. Het voornemen onderschrijf ik intens en de gedachte dat ik er niet in zou slagen voelt afschuwelijk. Alleen kan ik niet beloven dat ik nooit de grenzen van een vrouw zal overschrijden omdat ik een drift heb tot lustbeleving en moet uitzoeken wat haar grenzen zijn.

Elkaar bevragen

Hier speelt een ingewikkelde mix van lust en kwetsbaarheid, met verschil in fysieke kracht en verbale vermogens tot assertiviteit. Het is ongewenst als de drang tot lustbeleving van de een bepalend is voor wat er gebeurt omdat de assertiviteit van de ander wordt afgeremd. Dit vraagt om diepgaande reflectie. Is er iets gebeurd waar je met spijt op terugkijkt, dan kan het zijn dat je over de grenzen van de ander bent gegaan of geprobeerd hebt te voldoen aan diens normen of verwachtingen. Om dat te voorkomen zou het handig elkaar wederzijds te vragen:
  • hoe zou het voor jou zijn als ik eerst een aantal keer nee zeg voordat ik instem met seks?
  • hoe zorgen we dat het gaat om gedeeld plezier, in plaats van eigen lust?
  • hoe zorgen we dat we elkaars grenzen kennen en respecteren?

Kwetsbaar en louterend

Laten we niet vervallen tot het stereotype dat lustbeleving vooral bij mannen voorkomt en kwetsbaarheid bij vrouwen. Dit betekent bijvoorbeeld dat mannen zich afvragen hoe belangrijk het voor ze is dat hun partner genot beleeft aan seksueel contact. Als mannen die deze vraag tot nu toe ontweken zich realiseren dat dit niet langer kan, is dat voor hen een heel kwetsbare gedachte. En tegelijk zeer louterend.

Verkorte link

Een verkorte link naar dit blog is: http://bit.ly/MeToo-manifest. Dit stuk is ook verschenen op het blog van Emancipator..





zondag 26 februari 2017

De vergeten grappen van Henk Elsink

Harm met het harpje. De medewerker van de afdeling gevonden voorwerpen bij NS.
De man die in de lift vastzat. Agent Bakema die een bom vond. En natuurlijk de man die een retourtje Hongkong kocht. Allemaal types van de eergister overleden entertainer Henk Elsink. Veel diepgang had zijn humor niet en toch vind ik de kwaliteit ervan hoog. Hij is grotendeels vergeten omdat hij al sinds 1988 niet meer actief was. Maar ik vertel zijn grappen nog steeds.

Harm met het harpje

Dit nummer gaat over een nichterige dichter die Oudhollandse liederen zingt. Op eigen initiatief voegde hij het woordje hoeps toe aan het refrein. De sketch ging nog uit van het vooroordeel dat bij een homostel er altijd een meer vrouwelijk geaarde partner is en een meer mannelijke.

"Eugene is zo hard"

Harm is de ik-figuur in deze sketch en zijn partner heette Eugene. Harm klaagde 'hij is zo hard'. Toen hij thuiskwam van een optreden vroeg hij Eugene hoe het met de kat was en met oma die bij hen inwoonde. Toen ontspon zich de volgende dialoog:
Eugene: De kat is dood
Harm: Wat ben je toch hard, dan moet je zeggen dat je met een bolletje touw op het balkon speelde en dat de kat ernaar sprong. Dan is de boodschap minder abrupt. Vertel me hoe het met oma is
Eugene: Ik was met een bolletje touw op het balkon aan het spelen.

Gevonden oude jenever

De medewerker van de NS-afdeling gevonden voorwerpen werd gebeld over een verloren fles jenever. Hij besloot hoogstpersoonlijk te verifiëren of een gevonden fles inderdaad oude jenever bevatte. Dat gaf een beslissende wending aan het gesprek.

De sketch met de lift begint in deze video op 4 minuut 05. Henk Elsink komt op vrijdag aan het eind van de middag vast te zitten op de veertiende verdieping. Hij pakt de telefoon in de lift en belt het alarmnummer, de man die hij uiteindelijk aan de lijn krijgt gaat over de oneven etages, "Mijn collega is al naar huis. Prettig weekend."

De bom van agent Bakema

De sketch over agent Bakema die een bom vond bevat opmerkingen als:
  • zolang het ding tikt kan er niets gebeuren
  • blijf in die telefooncel, je komt niet hierheen
  • zet hem maar even op de punt
  • gebruik in plaats van een dubbel geïsoleerde schroevendraaier maar een dubbeltje
  • dat grijsblauwe kabeltje mag je niet verwarren met het blauwgrijze kabeltje.

Krimpen Hongkong

Een man uit Krimpen wil naar Hongkong. Een loketmedewerker geeft hem een kaartje Amsterdam, van daar gaat hij naar Berlijn, Moskou, Istanbul en uiteindelijk komt hij terecht in Hongkong. Na een paar weken gaat hij weer terug en vraagt hij op het station van Hongkon een kaartje naar Krimpen. De loketmedewerker vraagt "Wilt u naar Krimpen aan de IJssel of naar Krimpen aan de Lek?"

De Volkskrant schreef een In memoriam.

maandag 19 december 2016

Voorbij de akelige witte (on)schuld

Poging tot nuancering vanuit blank/wit perspectief

Een striemende aanklacht tegen mij,  zo voelt de documentaire Wit is ook een kleur vanavond bij de VPRO. Ik kon niet kijken, alleen langszappen. Iedere seconde was een marteling waarbij ik verantwoordelijkheid kreeg voor akelige ervaringen en gevoelens. Zonder te begrijpen wat ik ermee te maken heb.

Verongelijkt of boos

"Sunny Bergman wil weten waarom veel witte mensen zich verongelijkt voelen of zelfs boos worden als het over racisme en witte privileges gaat", zegt de webpagina over de documentaire. En daar wil ik graag mijn gevoelens naast zetten.

Pijnlijk en verwarrend

Laat ik eerst mijn spijt uitspreken over gebeurtenissen die hebben geleid tot het ervaren van racisme. Ik kan niet zeggen hoe het is om dit frequent te ervaren, ik kan me alleen voorstellen hoe dat zou zijn en het lijkt me vreselijk, pijnlijk en verwarrend. Het is naar mijn mening volstrekt logisch en gezond dat dit bij mensen na angst en verdriet ook oprechte woede wekt. En wie nu (helaas) zou stoppen met lezen heeft mijn belangrijkste boodschap gezien.

Witte privileges

De gedachte dat ik word vereenzelvigd met lieden die 'witte privileges' genieten is moeilijk te verdragen. Ik wil geen privileges en dat ik ze heb ... daar merk ik echt niets van. Wellicht zal documantairemaakster Sunny Bergman dan beweren dat dit mijn probleem is en dat ik iedere minuut had moeten bekijken omdat de film is gemaakt om mij op andere gedachten te brengen.

Cosmetische operaties

Mijn antwoord zou dan zijn dat ik niet weet wat ik had kunnen doen om al die vreselijke ervaringen te voorkomen. Meer dan ooit gaf deze documentaire van Bergman mij trouwens een machteloos gevoel. En dat zegt wat want eerder beweerde ze een hele film lang dat vrouwen cosmetische operaties laten uitvoeren die door mannen worden afgedwongen. Ik ben me er echt niet van bewust dat ik haar of een andere vrouw ooit een hint heb gegeven in die richting.

Waardevol signaal 

Hoe ik het werk van Bergman ervaar is dat ze de wereld indeelt in daders en slachtoffers en uitsluitend de laatste het woord geeft. Het is goed dat zij gehoord worden en ik hoop oprecht dat ze het ook zo voelen. Hun verhaal is belangrijk en waardevol als signaal om zorgvuldig te zijn. Tegelijk denk ik dat er bij discriminatie wel eens een verkeerde interpretatie kan optreden.

Anders dan bedoeld

Het kan voor de dader een leerervaring zijn om te horen dat iets heel anders is overgekomen dan was bedoeld. Of dat een bepaalde uitlating echt niet aanvaardbaar is. Daarom hebben we in de rechtsstaat een systeem om de dader ter verantwoording te roepen. Door in kaart te brengen welke feiten zich hebben afgespeeld en welke gevolgen dat heeft voor een slachtoffer kan de strafmaat worden bepaald. Deze herstelt het geschonden rechtsgevoel en heeft hopelijk een leereffect.

Dit over wit

Over het woord wit. Ik meen dat dit tot nu toe blank werd genoemd. Mijn huid is eigenlijk roze. Nou is wit een rekbaar begrip: witte druiven zijn lichtgroen en wit hout is gewoon vurenhout - dus een witte huid hoeft niet te behoren aan iemand die bleek is weggetrokken. Volgens Willem Wever is wit geen kleur, maar laten we dat terzijde leggen. In elk geval is wit een bijzondere kleur omdat deze de synergie is van alle andere kleuren. Omdat synergie en diversiteit veel met elkaar gemeen hebben, lijkt het me niet handig om de benaming blank te vervangen door wit.

Mijn aandeel

Ik ben me ervan bewust dat ik fouten maak en dat ik die soms niet besef. Ik heb wel eens respectloze dingen gezegd en het lijkt me zeer waarschijnlijk dat daarbij ook onhandige uitlatingen zijn gedaan die als discriminerend zijn opgevat. Dat spijt me en voor zover nodig bied ik daarvoor (nogmaals) mijn excuses aan. Gelukkig is dit niet het monopolie van witten/blanken, het is universeel menselijk. De gedachte dat alleen blanken racistisch zouden kunnen zijn, lijkt mij discutabel en mogelijk racistisch.

Heldere uitingen van respect

Tot slot. Omdat gediscrimineerd worden zo onvoorstelbaar akelig is: laten we als samenleving met elkaar afspreken dat iemand die zich zo voelt de ruimte krijgt dit uit te drukken met een gebaar of een woord. Van omstanders mag gevraagd worden hierop in te gaan door het betuigen van respect, een misverstand op te helderen of de dader aan te spreken. Ik denk dat racisme niet moet worden bestreden met een collectieve, anonieme aanklacht, maar met het stimuleren van heldere uitingen van respect van en naar iedereen.

Links

Jandino Asporaat bij Pauw over het afschaffen van Zwarte Piet: "Praat met elkaar." Tips voor omgaan met discriminatie op de websites van Art 1 en Hoedoe.
Gesprekken tussen dader en slachtoffer op de websites van Slachtofferhulp en NOS.

maandag 23 maart 2015

Effect van een klein hoekje

Een pijnlijke les in denkbeeldig jongleren

Vooraf had ik het rare gevoel dat er iets ging gebeuren tijdens mijn dienst in het stembureau, op woensdag 18 maart. Ik dacht aan een een cameraploeg van Powned, op zoek naar beelden voor cynisch commentaar. Maar het was de impact van mijn gebrek aan focus. Te veel ballen in de lucht houden was een soort gewoonte geworden en tegelijk een vluchtweg. 


Als je ergens je volle aandacht op richt dan kan je verweten worden dat je iets anders hebt verwaarloosd. Dat wilde ik vermijden en juist door dit gebrek aan focus merkte ik niet hoezeer mijn aandacht versnipperd was geraakt.

Taken

Voordat ik naar het stembureau vertrok waren er natuurlijk weer allerlei actiepunten. Het afhandelen van mail. Het checken van sociale media. Het afwerken van de lijst met openstaande taken. En ook nog even 'rustig eten'.


Ook een actiepuntje: bij aankomst nog even een foto maken voor twitter van stembureau 377, die zit in de raadszaal van de gebiedscommissie (voorheen deelgemeente) Feijenoord in Rotterdam. In het pand zit ook de Stadswinkel, een locatie waar de gemeente diensten verleent, zoals het verstrekken van legitimatiebewijzen.


Waterkoker

Ik stel me voor aan mijn collega's en neem de mij toebedeelde plaats in, naast de vice-voorzitter. Ik ben degene die stembiljetten uitreikt aan de kiezers. Helaas is er geen werkende waterkoker, zodat de pakjes thee, oploskoffie en instant mie onbruikbaar zijn. Dat wil ik graag verholpen zien, dus ik ga in het pand rondkijken naar een waterkoker om te lenen, in overleg met de beveiliger. Ik vind op de eerste etage een waterkoker en breng die naar de stemzaal. De beveiliger is ineens wat minder hulpvaardig “nu moet ik uw naam noteren”.

Ik begrijp dat wel, als de waterkoker na afloop vermist blijkt te zijn moet iemand daarvoor aanspreekbaar/aansprakelijk zijn. Tegelijk heb ik er moeite mee dat degene die zijn nek uitsteekt ervoor opdraait. Met een zucht draai ik me om, een vijftredig trapje af, naar de balie waar hij zit. Het enthousiasme waarmee ik mijn buit wilde tonen wordt vermengd met teleurstelling - een diffuse brei, net als die andere (al dan niet afgehandelde) actiepunten van vandaag. Terwijl ik mijn voet op de grond zet draai ik mijn romp vast richting balie. Ik verdraai mijn rechterknie en stort neer, terwijl de waterkoker op de grond klettert. Luttele minuten eerder was een dame op hetzelfde trapje gestruikeld.

'U was een voorbeeld'

Mijn collega's komen eraan. Ik blijf liggen want mijn knie doet ineens zoveel pijn dat ik niet kan opstaan. Wel houd ik de moed erin. Tegen de dame die haar stem heeft uitgebracht en weer naar beneden loopt, zeg ik “mevrouw, u was een voorbeeld voor me”. Ze maakt en heel kwetsbare indruk, maar plotseling moet ze lachen en straalt trots uit. Het is ironie, maar ook een beetje waar en dat doet haar zichtbaar goed.

Ik kan nog maar een paar stappen zetten. De beveiliger helpt me opstaan en verstrekt een drukverband dat ik om mijn knie wikkel. Ik kom terecht op de stoel van degene die kiezers verwelkomt en dat wordt nu mijn nieuwe taak. Mijn knie is niet dik, rood of warm, maar doet wel steeds meer pijn als ik hem beweeg of erop steun.

Geen stap

De collega's reiken eten en drinken aan, waarbij de waterkoker goede diensten bewijst. Ik vraag me vertwijfeld af hoe ik bij het toilet kom tot ik me realiseer dat ik een vouwfiets bij me heb. Iemand haalt die en ik rij loopfietsend met mijn linker voet (mijn rechtervoet op de trapper) de route voor rolstoelers. Ik geniet er enorm van om weer even mobiel te zijn.

Steeds nadrukkelijker dringt zich de aanleiding op. Ik had niet mijn aandacht bij het neerzetten van mijn voet, maar bij alle ballen die ik in de lucht denk te moeten houden. Ik wil kunnen uitleggen (eigenlijk bewijzen) dat ik me inzet om aan alle verwachtingen te voldoen. Dat liep uit de hand.

Loopfietsend

De uren trekken voorbij. Om 21u sluit het stembureau en dan wordt er geteld. Het enige wat ik kan doen is plakkaten met pijlen en de aanduiding Stembureau ontdoen van repen plakband. De voorzitter van het stembureau ziet dat ook. Ze vraagt hoe ik denk thuis te komen, ik vertel dat het met de fiets wel lukt. Ze zegt dat ik naar huis mag, er zijn tellers genoeg. Ik teken het proces verbaal en heb al eerder afgesproken dat de waterkoker door anderen teruggebracht zal worden.

Ik volg weer loopfietsend de rolstoelroute naar beneden en vertrek. Buiten blijkt dat ik mijn rechterbeen genoeg kan buigen om het dode punt van mijn trappers te doorbreken. Ik fiets met mijn linkerbeen, wat een heel stuk sneller gaat dan loopfietsen. Thuisgekomen rij ik de portiek binnen, ga op de trap zitten en leg mijn fiets aan de trapleuning vast. Zittend druk ik mezelf achteruit, tree voor tree omhoog, en schuif achteruit over de overloop. Ik doe de voordeur open en schuif achteruit naar binnen. Gelukkig bevinden toilet en slaapkamer zich vlakbij de voordeur.

Pijnlijke les

Het is 22.20u. Ik kan nog even kameraad Frans bellen voor medisch advies: geduld nodig. Mezelf verplaatsen kan ik door te lopen op handen en knieën, net iets minder pijnlijk dan zittend achteruit schuiven. Op een haaks gebogen rechterknie kan ik een klein beetje steunen. De even mooie als pijnlijke les van vandaag is aan het indalen, maar ik bedenk met spijt dat ik er niet voor open sta. De diffuse breinbrei is een gewoonte geworden. Tegelijk is de urgentie groot: als ik de les niet trek, komt er een volgende les die nog harder is.

Net als de miraculeuze fietsrit naar huis, die ik heb volbracht, is het steeds improviseren. Bij ieder toiletbezoek vraag ik me af hoe ik de vorige keer van mijn bed op de grond ben beland en weer terug. Ik laat mijn lichaam de beweging maken waarvan ik het verloop niet kan voorspellen, maar het gaat steeds goed. Bij het bewegen blijkt dat ook mijn linkerknie aandacht vraagt: die begint kramp te geven op ongelegen momenten. Ik moet dan zorgvuldig steunen op mijn rechterknie en mijn beide handen, om mijn linkerhiel naar achter weg te strekken.

Pijnstillers 

Voor mijn rechterbeen is er geen pijnloze houding, uiteindelijk slaap ik wel een paar uur. De volgende ochtend bel ik mijn huisarts die rust voorschrijft en pijnstillers. Deze worden gehaald door buurman Albert, ik kruip over de vloer naar mijn verzekeringspas en gooi die hem toe uit het raam. Net als mijn huissleutels, zodat ik niet de deur hoef open te doen. Albert maakt ook wat te eten om de pijnstillers volgens voorschrift te kunnen innemen. 's Avonds komt kameraad Karel. Dan heb ik alles wat ik nodig heb, zoals een kussen voor onder mijn knie, een voorraadje water naast mijn bed en de oplader van mijn smartphone. Die laatste is vooral nodig om telefoonnummers te kunnen opzoeken en via sociale media wat amusement te kunnen vinden. Dat komt ook van de boekenserie Bob Evers waarvan enkele exemplaren door Karel uit de kast worden gehaald.

Nadat Frans, Albert en Karel veel goede zorgen hebben gegeven, gebeurt dat op vrijdag door  buurman Frank. Hij voorziet me onder meer van thee en belt de huisartsenpost voor het aanvragen van krukken. Die kan ik pas de volgende dag krijgen, maar wel kan ik plotseling voorzichtig rondlopen, met twee wandelstokken aan weerszijden van mijn rechtervoet. Frank doet op zaterdag boodschappen, al is dat de dag dat zich een wonder heeft voltrokken. Plotseling is de pijn zo goed als weg en kan ik korte afstanden lopen zonder stokken.

Klein hoekje

Het is wel heerlijk om autonoom te kunnen zijn en lichaamsbeweging te krijgen. Wat om aandacht blijft zeuren is de aanleiding: ik verdraaide mijn knie een graad of tien. Een klein hoekje, maar er zat een ongeluk in. Wanneer trek ik de les?

Een manier om die te laten doordringen is het uitwerken van het verhaal in dit blog. Misschien kan ik dan werkelijk gaan inzien dat het in de lucht houden van te veel ballen niet goed kan aflopen. Het credo is: alle ballen verzamelen. In gebundelde aandacht kan ik keuzes maken wanneer ik welke bal speel. Wie kaatst zonder koers, kan een bal met ongewenst effect verwachten.



Een voorbeeld van ballen in balans: tussen lucht en aarde.

Welnu ...

De volgende dag zie ik dat de stofzuiger op een plek staat om tegenaan te lopen. Ik beslis hem te verplaatsen, maar 'niet nu'. Dan: wel nu! Ik doe het gelijk en zie dat als een goede, eerste stap.

Een andere les is dat ik mensen om me heen heb op wie ik een beroep kan doen.

vrijdag 17 oktober 2014

Gelijkwaardigheid van ebola, IS en Zwarte Piet

Moslims hoeven geen afstand te nemen van terreurbeweging IS? En Nederlanders wel van Zwarte Piet? Daar zit voor mij een strijdigheid. Niettemin zie ik IS, ZP en ebola als verschijnselen met gelijkwaardige kenmerken.


Op het eerste gezicht is ebola de grootste bedreiging. Het woord zelf klinkt nog onschuldig, roept een beeld op van een strandtent met zoutjes en likeurtjes voor allerlei gelegenheden. Een grote poster van een ijsmerk zegt: als het vloed is eet je een ander ijsje dan bij "eb".

Over ebola bestaat consensus: het is een gemeenschappelijke vijand, daar blijf je uit de buurt. Ook een zelfmoordterrorist wil voorkomen dat hij eraan ten prooi valt op zijn pad naar het paradijs.

Op de tweede plaats komt IS, voorheen Isis. Terroristen zijn natuurlijk heel gemeen en sluw, maar ook verward en naïef. Hun interpretatie van de Koran wordt fel bestreden en de gedachte dat er na gedane arbeid 72 maagden smachtend liggen te wachten is ook wat wonderlijk. Ik heb geen moeite om afstand te nemen van IS, maar sommigen hebben dat wel, blijkbaar omdat het geloofsgenoten zijn. Ik zou dan willen vragen: hoe is het voor je om te weten dat je schouder aan schouder met niet-moslims je afschuw over IS kunt uitspreken?

Interpretatie

Over ZP is de meeste discussie. Ik begrijp dat ZP als respectloos geïnterpreteerd kan worden, maar zeggen dat het racistisch is roept weerstand bij mij op. Dan beweer je dat kinderen en volwassenen al generatie op generatie meedoen aan een racistisch tafereel. Dat is hetzelfde als het woord allochtoon besmet verklaren omdat het wel eens ongunstig geïnterpreteerd is.

Van de 550.000 kernwapendemonstranten in oktober 1983 in Den Haag, heeft het overgrote deel als kind met ontzag opgekeken naar Sinterklaas en zijn gevolg. En als volwassene namen ze hun kinderen mee aan het handje naar de intocht. Maar waren ze dan racistisch? Al die burgemeesters die GroenLinks in de loop der jaren heeft gehad zouden door het uitspreken van een welkomstwoord bij de intocht ook racistisch zijn geweest? En in de jaren zestig en zeventig, toen iedereen door progressiviteit was bevangen …. Als ze aan Sinterklaas deden was dat maar schijn: het waren (zogenaamd) racisten?

Zondebok

Tegelijk kan ik me voorstellen dat de verschijning van Zwarte Piet wel een onbehaaglijk gevoel geeft. De term zwart heeft een ongunstige klank, bijvoorbeeld zwart werk, geld etc (illegaal), zwartkijker (pessimist), zwarte lijst (uitgeslotenen), zwarte bladzij (drama). Daar tegenover staan positieve woorden als zwarte cijfers (winst), zwart pak (kostuum), zwart goud (steenkool). Curieus zijn het woord zwartepiet (aaneengeschreven), dat zondebok betekent, en het begrip zwart front, dat staat voor fascisme. De aanhangers daarvan zullen het heel vervelend vinden om met Zwarte Piet geassocieerd te worden.

Ik was behoorlijk verbaasd over optreden van Quinsy Gario bij Pauw, in zijn strijd tegen ZP. De argumenten waren zo slecht dat ik achteraf de indruk kreeg dat hij is geïnstrueerd vanuit de redactie van Pauw met als doel de discussie zo langzaam mogelijk uit te melken om te zorgen dat er de komende maanden geen gebrek aan gasten is. Maar als je racisme wilt vermijden, zou je dan niet, in plaats van een stukje folklore, het betaald voetbal moeten afschaffen? Daar is sprake van doelbewust racisme in spreekkoren, om de tegenstander te ontmoedigen.

Bedreigend

Wat ebola, IS en ZP gemeen hebben is dat ze allemaal de veiligheid bedreigen. Bij de eerste twee gaat het om fysieke veiligheid en vragen we om bescherming tegen ziekte en aanslagen. Bij ZP gaat het om emotionele veiligheid, de zekerheid dat zwarten volwaardig lid zijn van de samenleving en niet geridiculiseerd worden.

Is emotionele veiligheid minder belangrijk dan fysieke? In mijn kindertijd hoorde ik wel eens 'schelden doet geen pijn', maar gebrek aan emotionele veiligheid doet juist heel veel pijn. Zonder emotionele veiligheid raak je sociaal geïsoleerd en als niemand met je te maken wil hebben, zal ook je fysieke veiligheid gevaar lopen. Daarom interpreteer ik het pleidooi voor afschaffing van ZP als een signaal van behoefte aan respect en aan de zekerheid dat zwarten volwaardig lid zijn van de samenleving.

Vergissen is dodelijk

Hoe we die zekerheid kunnen geven, lijkt me een goed onderwerp voor een gesprek. Als je de kans hebt om het veiligheidsgevoel van jezelf of anderen te vergroten, moet je heel goed nadenken voordat je nee zegt. Tegelijk is er ook de emotionele veiligheid van je eigen kinderen (en je eigen kindertijd) waarvan je niet wilt dat hun Sinterklaasfeest wordt bezoedeld door een lading die er nooit in gezeten heeft. Het is fair en gelijkwaardig dat ook daarmee rekening wordt gehouden.

Tot slot over ebola. Vergissen is menselijk, maar als het gaat om de hygiënevoorschriften bij ebola is het ook dodelijk, voor jezelf en degenen met wie je in aanraking komt. Voor ebola is iedereen gelijkwaardig, ongeacht ras, opleidingsniveau, geloof, seksuele voorkeur en positie in het politieke krachtenveld. Ebola maakt geen onderscheid - een even tragisch als hoopgevend bewijs: we zijn als mensheid allemaal met elkaar verbonden en gelijkwaardig.

Gelijkwaardige beloning

Sinterklaas loopt evenveel gevaar om te worden besmet als Zwarte Piet. Net als een overbetaalde bovenbaas die ergens hoog in het bedrijfsleven plannen bedenkt die het milieu verwoesten en die zonder scrupules werkgelegenheid verplaatst naar landen met mensonterende arbeidsomstandigheden. Iemand die prestige nastreeft als voorzitter van een voetbalclub waar wekelijks racistische spreekkoren klinken en die al deze praktijken kan voortzetten door het continu verdraaien van de waarheid. Hij/zij (gelijkenis met bestaande personen is toevallig) loopt evenveel gevaar als de onderbetaalde schoonmaker, bagageafhandelaar, onderwijzer, agent of verpleger.

Zeker die laatste categorie is interessant. Wij zijn voor onze bescherming tegen ebola afhankelijk van onderbetaald zorgpersoneel en het nauwgezet naleven door hen van hygiënevoorschriften, ondanks de hoge werkdruk. Misschien vinden al die overbodige managers bij zorginstellingen nu toch ineens dat de werkvloer wel behoorlijk betaald moet krijgen. Gelijkwaardig aan het niveau van de functie!

Verder